16-02-11

Times are a-changing

The line it is drawn
The curse it is cast
The slow one now
Will later be fast
As the present now
Will later be past
The order is
Rapidly fadin'.
And the first one now
Will later be last
For the times they are a-changin'.

 

De laatste strofe van dit liedje van Bob Dylan vat het zo wel een beetje samen. Ik schreef er eerder over: alles verandert. Ik hoor U al grinniken bij de woorden “the slow one now will later be fast”.  Sta me toe dat ik vooral de figuurlijke betekenis van deze woorden apprecieer. Soms duurt het inderdaad lang eer ik iets wil begrijpen, maar wees gerust, het komt wel.

Alle gekheid op een stokje. Er is inderdaad verandering op til, ik ga namelijk fietsen. Echt fietsen. De wielerterroriste uithangen. Niet omdat ik het lopen beu ben, zeer zeker niet. Dat wil ik ook blijven doen want dat doe ik veel te graag. Maar hoe en wanneer zal de tijd wel uitwijzen.

Ik mag de koersfiets van mijn schoonvader zaliger gebruiken. Die was even groot als ik, dus dat komt perfect uit. Zo hoef ik er niet meteen enkele duizenden euro’s tegenaan te smijten en krijg ik toch de kans om goed geëquipeerd mijn debuut te maken. Een helm kan ik van Mark gebruiken, en fietskleding was ik bij de Decathlon gaan kopen. Bovendien heb ik een man die een fiets helemaal uiteen kan halen en ineen kan steken en niet voor het minste naar de fietsenmaker moet hollen. Nen handige man….’t is een gerief in huis!

Ik ben al 2 keer op verkenning geweest. Man, man, man. Als je denkt dat fietsen op een koersfiets hetzelfde is als fietsen op een damesfiets, alleen met een beetje plattere rug, denk dan maar vlug iets anders. 

Dit mailde ik vorige week woensdagavond aan mijn vrienden:

"De kromme houding gaat nog, zelfs mijn nek protesteerde nooit echt. Maar dat stuur!!! Ik had (heb) echt last om een goei manier te vinden om dat stuur vast te pakken.

Ik had het gevoel dat ik terug moest leren fietsen. Sturen, remmen, op het verkeer letten en praten tegelijkertijd….dat ging gewoon niet! Eén ding tegelijk was al moeilijk genoeg. Mark legde me uitvoerig uit waarom je je stuur zeker nooit zo of zo moest vastpakken (natuurlijk de greep die ik spontaan had aangenomen). Op welke zaken je moest letten enz.

Besluit: ik kan nog altijd niet fietsen en achterom kijken tegelijkertijd. Ik kan niet recht op de trappers gaan staan want dan kukel ik over het stuur, of heb tenminste toch dat gevoel. Remmen vind ik zeer moeilijk, gewoon omwille van de plaats waar ze die remmen op een koersfiets hebben gezet. Schakelen heb ik een paar keer gedaan maar de theorie van het voorblad en het achterblad moet ik zeker nog eens te horen krijgen :-). Het meeste last had ik van mijn ellebogen, toen we hier thuiskwamen kreeg ik mijn armen amper gebogen. Stoppen om over te steken, vertrekken en je hand opsteken naar de autochauffeur die wilde stoppen is bijna niet te combineren :-). Met andere woorden: de fiets had vandaag controle over mij ipv ik over de fiets."

We hadden toen 37,5 km gefietst. Ik voelde dat ik een snelheid van 22 km/u makkelijk aankon. Dat trapte vlotjes weg zonder echt moeite te moeten doen. Vergelijk het met een trage duurloop.

Donderdag sprong ik op het werk nietsvermoedend op een fiets maar ik had er even geen rekening mee gehouden dat ik de dag ervoor de eerste keer op een koersfiets had gezeten. Mijn gat! Ook bij de spinning ’s avonds heb ik in het begin fameus op mijn tanden moeten bijten telkens we moesten gaan zitten.

Zondagnamiddag ben ik met Robin opnieuw gaan fietsen, een toerke van 35 km. De eerste kilometers aan 22 km/u maar eens we warmgedraaid waren reden we 25 km/u. En dat ging me goed af. Er waren zelfs stukken dat ik 27 à 28 km/u kon halen voor een kilometer of 3. Niet slecht voor een beginnerke, vond ik en zeker niet voor Robin die me probleemloos volgde.

Ik heb de greep op het stuur al een beetje beter onder controle. Ik kan al op het verkeer letten, remmen en praten tegelijkertijd. Met andere woorden: we maken vorderingen :-). Aan klikpedalekes waag ik me nog niet. Ik ga het lot niet uitdagen, hé. Nog niet. Dat komt wel binnenkort.

Ik heb me ook ingeschreven voor de Start-To-Bike die binnenkort bij ons in het dorp georganiseerd wordt. Van 0 tot 100 km op 10 weken tijd. Afhankelijk van het niveau van de deelnemers worden er groepen gemaakt, want er zullen vast wel mensen zijn die met een conditie van onder het vriespunt beginnen, net zoals ik destijds met lopen begonnen ben. Ik mag wel zeggen dat ik toch al een beetje conditie heb, dus echt van nul moet ik niet beginnen. Maar er is nog wel veel werk aan de winkel: in groep leren rijden, weten hoe je een bocht pakt zonder snelheid te verliezen, wanneer je moet schakelen, ….

Er is maar één probleem waarvoor ik nog een oplossing moet zien te vinden: het snot. Als ik de toer van vorige keer nog eens wil rijden, moet ik gewoon mijn spoor van snot volgen. Ik zweer het: elke kilometer zit mijn neus vol. Ik heb dus al 37 km + 35 km = 72 keer als een volleerde wielertoerist mijn neus geleegd. Harfsen, om het met een mooi woord te zeggen. Allé kom, “als een volleerde wielertoersit” is lichtjes overdreven als ik zie hoe mijn rechtermouw, de rechterpijp van mijn broek en mijn handschoenen er na de rit uitzagen. Zoveel verdwaald snot zal een doorgewinterde fietser vast niet mee naar huis brengen.

Ik had al vaker gemerkt tijdens het lopen dat er zich precies poeltjes in mijn neus bevinden. Zo lang ik mijn hoofd gewoon recht hou, is er geen probleem. Het water blijft dan in die poeltjes staan. Maar als ik even vooroverbuig om te zien dat ik niet in een putje trap, of om mijn zakdoekje te pakken, dan lopen die poeltjes over en loopt het water zo uit mijn neus. Bij het fietsen kan dat water niet blijven staan en loopt mijn neus dus direct vol. Mijn neus produceert snot aan de lopende band. Komt dat door de kou? Of door de wind?

In elk geval heb ik de smaak te pakken en kijk ik uit naar de volgende training!

Oh ja, als je eens in de auto achter een groep wielertoeristen hangt die precies niet opzij willen gaan: dat is geen arrogantie. Die horen je gewoon niet. Ik heb het zelf gemerkt. Niet dat ik de snelheid van een winkliever haalde, maar ik hoorde echt geen auto aankomen. Dus je mag gerust tuten als je achter een groep fietsers hangt.

Eergisteren mochten de partners meekomen naar de fitness in het kader van een Valentijnsactie. Mark is dus mee gaan spinnen. Er waren meerdere koppels, en de muziek was aangepast aan het gebeuren. Jolien is een keileuke instructrice en weet er altijd een feestje van te maken. Op een gegeven moment moesten we weer zingen (ja, spinnen is echt corvee!). Met de hele zaal brulden we “Dromen zijn bedrog” van Marco Borsato mee. Van de eerste tot de laatste letter. En als ik zeg brullen, dan bedoel ik brùllen. Ter controle draaide ze de volumeknop regelmatig uit. Gieren. (en hijgen!)

En morgen ga ik een marathon doen. De tweede marathon in mijn leven. In 1996 heb ik al eens een marathon geskate, en morgen ga ik een marathon spinnen. 3 uur aan een stuk. Wow.

Ik vermoed dat er in het weekend een hersteltrainingeske op het programma zal staan.

20:23 Gepost door Sandy in Fietsen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |