28-02-11

De meeste dromen....zijn bedrog!

dream.jpgOnlangs las ik de blog van een sympathieke dame, en wilde een reactie plaatsen. Echter, dat wat ik wilde zeggen is zo lang dat ik er beter zelf een blogje van maak.

Het gaat over dromen. Niet over dromen van je toekomst, of over dat wat je heel graag zou willen maar over nachtelijk dromen, dat wat je doet als je slaapt.

 In onze familie is er een historie van slaapwandelaars. En even zoveel verhalen, natuurlijk. Het ene al spectaculairder dan het andere. Ik zal me tot mijn eigen fratsen beperken hieronder.

Een voorbeeld: toen ik nog niet getrouwd was en thuis woonde, heb ik ontelbare keren ’s nachts gedacht dat het morgen was. Ik stond dus op, kleedde me aan, maakte voorbereidingen om te ontbijten,…. Voor ik in de keuken was, passeerde ik diverse klokken: mijn wekkerradio, de klok in de living, mijn polshorloge, de klok aan de muur in de keuken, de klok op de microgolfoven, noem maar op. Aanwijzingen genoeg dus om de frank te laten vallen. Gek genoeg dacht ik iedere keer, maar werkelijk IEDERE KEER, dat iemand mij beet wou nemen en de klokken had verzet. Alle klokken natuurlijk. Op één of andere manier werd ik me toch bewust van het feit dat ik eigenlijk in bed hoorde te liggen en “dat ik weer bezig was”. Ok, lichten uit, terug naar de kamer, kleren uit en proberen om verder te slapen.

fluitketel.jpgIedere keer gebeurde de volgende morgen hetzelfde: ik werd wakker met het besef dat ik ’s nachts weer op pad was geweest. Maar, had ik de fluitketel wel van het vuur gehaald? Had ik het vuur wel uitgedraaid? Want dat behoorde ’s morgens tot mijn standaardtaken: thee maken. Elke keer bekroop me de vrees dat ik het vuur had laten branden, dat de ketel ondertussen wel leeggekookt zou zijn en dat er brand zou zijn ontstaan. Dat, bij uitbreiding, de keuken al wel afgebrand zou zijn. Dus stond ik op en ging met een klein hartje naar de keuken, in de hoop dat die er nog was. Oef! Vuur uitgedraaid, niks aan de hand.

 Die gedachtengang van ’s nachts (in slaaptoestand) en die gedachtengang van ’s morgens (toch al wakker) waren dus elke keer hetzelfde. Zo ontzettend vaak ben ik wakker geworden met de gedachte dat ik het halve huis had laten afbranden. 

Toen ik mijn rijbewijs al had, had mijn vader een keer dubbele shift moeten werken. Hij had echter aan moemoe beloofd dat hij haar de volgende dag zou wegbrengen naar het centrum van het dorp, want moemoe ging op bedevaart naar Leuven met de bus. Dat deed ze elk voorjaar. Ik liet mijn goed hart spreken en had gezegd dat hij maar wat langer moest slapen en dat ik moemoe wel zou wegbrengen. Ik ging dus slapen met de gedachte dat ik zeker niet mocht overslapen, want moemoe rekende op mij.

’s Nachts was het weer van dat: ik stond op, in de volle overtuiging dat het tijd was om te vertrekken. Door het raam van de hal zag ik dat het nog pikkedonker was buiten, maar hey, niet lang geleden was het uur verzet dus dat was de reden. Ik passeerde de klok in de living en zag dat het 3u10 was. Ik vroeg me af wie me nu weer voor de zot aan het houden was. Idem dito voor de klok in de keuken. Er was geen tijd voor ontbijt, dus ik nam de autosleutels en ging naar buiten. Ik zat in de auto en ook daar was het 3u10. Ik vond het toch wel verdacht dat alle klokken hetzelfde uur aanwezen. Zelfs die in de auto. En toen, pas toen, viel mijn frank “dat ik weer bezig was”. Nog net op tijd, ik was nog niet vertrokken…

claustrofobia.jpgEen ander voorbeeld:  Ik heb nogal snel last van claustrofobie. Altijd al gehad. Op mijn 18e was ik met mijn toenmalig vriendje gaan kamperen in Zuid-Frankrijk. We sliepen in een tent. Op vakantie zelf heb ik weinig tot geen problemen gehad, maar eens ik thuis was….man, man. De volgende weken heb ik heel vaak midden in de nacht recht in mijn bed gestaan met mijn handen in de lucht en was ik “het tentzeil naar boven aan het duwen omdat ik geen lucht kreeg.”

 Hoe vaak heb ik niet aan het raam van mijn slaapkamer gestaan, op zoek naar de deur. En maar zoeken, en tasten,  en niks vinden, tot huilens toe. 

Niet verwonderlijk dat ik heel vaak ’s morgens hondsmoe wakker werd, met het gevoel alsof ik een hele nacht had liggen vechten, ipv slapen. 

Eigenlijk is mijn slaap en vooral het dromen een goede graadmeter. Dat mag ik wel besluiten na 40 jaar. Als ik merk dat ik een paar nachten achter elkaar heel levendige dromen heb, dan is dat meestal een teken dat er iets wringt in 't koppeke.  

Oh ja, en moemoe? Die heb ik ’s morgens mooi op tijd aan de bus afgezet.Stoer

21:02 Gepost door Sandy in Zever | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

25-02-11

Ode aan de liefde

Ok, ok, Valentijn is al voorbij, maar elk moment is goed om dit liedje nog eens onder de aandacht te brengen.

Een ode van Henk Westbroek aan zijn Julia.

Prachtig.



23:05 Gepost door Sandy in Muziek | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-02-11

Verraad

facial-expressions.jpgMoet ge nu eens wat weten? Naar het schijnt spreekt mijn gezicht boekdelen.

 Ze hebben het mij al vaak gezegd, al zo vaak dat ik het ondertussen echt wel weet, maar vanmiddag stond ik toch weer even met mijn mond vol tanden.

Ik zat helemaal vanboven in de sauna. Eerst was er de gewone aangename vochtige warmte. De gloeiende stenen protesteerden sissend toen ze werden natgegoten. Na 2 seconden voelde ik de hitte al golvend mijn richting uitkomen. Omdat ik helemaal vanboven zat en redelijk dicht bij de warmtebron, was ik de eerste die het effect voelde. De warmte beet in mijn gezicht.

De man die de opgietsessie leidde, stond met zijn handdoek klaar. Ofwel gaat hij centraal staan en zwaait met de handdoek boven zijn hoofd zodat de hitte gelijkmatig in de ruimte verdeeld wordt, ofwel krijgt elke aanwezige een zwaai vlak voor het gezicht zodat er stoot warme lucht jouw richting uitkomt.

Aangezien ik zo dicht bij de stenen zat, was ik één van de eerste die aan de beurt kwam. Ik zat al klaar met mijn ogen dicht, maar er kwam niets. Ik keek en zag hem terugkijken met een vragende blik in zijn ogen.

“Alles ok hoor, “ zei ik, ‘’t is warm maar ik kan daar best tegen”.

“Aan je gezicht te zien is het anders toch warm genoeg.”

Kijk, dat collega’s of vrienden dat tegen mij zeggen, dat snap ik best. Ze kennen mij al goed genoeg en kunnen elke uitdrukking interpreteren. Maar dat een wildvreemde dat zo kan aflezen…brrr, dat wil toch zeggen dat ik echt wel een open boek ben.

Langs de ene kant vind ik dat prima. Je weet direct wat ik er van denk. Geen verkeerde interpretatie mogelijk. Schamen

Langs de andere kant is het toch wel handig als je af en toe iets kan verstoppen. Soms moet je al eens vriendelijk zijn tegen iemand terwijl je hem of haar het liefst in de hoogte boom wil parkeren. Of soms wil je gewoon niet dat iemand anders weet wat je echt denkt. Mijn gedachten moeten mijn gedachten blijven, tenzij ik ze bewust wil delen.

Ik kan dat blijkbaar niet. Zelfs als ik het wil, verraad ik mezelf nog. Zelfs in de sauna en zelfs als het gaat om zoiets onnozels als een handdoekzwaai.

Ach.

Overigens, héérlijk genoten van een hele dag niks anders doen dat zweten, afkoelen, drinken, eten, rusten en babbelen. Vooral babbelen. Véél babbelen.Lachen

22:13 Gepost door Sandy in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

17-02-11

66666

The number of the beast is in aantocht!!!!

arrow-blue-rounded-left.jpg

14:59 Gepost door Sandy in Zever | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-02-11

Times are a-changing

The line it is drawn
The curse it is cast
The slow one now
Will later be fast
As the present now
Will later be past
The order is
Rapidly fadin'.
And the first one now
Will later be last
For the times they are a-changin'.

 

De laatste strofe van dit liedje van Bob Dylan vat het zo wel een beetje samen. Ik schreef er eerder over: alles verandert. Ik hoor U al grinniken bij de woorden “the slow one now will later be fast”.  Sta me toe dat ik vooral de figuurlijke betekenis van deze woorden apprecieer. Soms duurt het inderdaad lang eer ik iets wil begrijpen, maar wees gerust, het komt wel.

Alle gekheid op een stokje. Er is inderdaad verandering op til, ik ga namelijk fietsen. Echt fietsen. De wielerterroriste uithangen. Niet omdat ik het lopen beu ben, zeer zeker niet. Dat wil ik ook blijven doen want dat doe ik veel te graag. Maar hoe en wanneer zal de tijd wel uitwijzen.

Ik mag de koersfiets van mijn schoonvader zaliger gebruiken. Die was even groot als ik, dus dat komt perfect uit. Zo hoef ik er niet meteen enkele duizenden euro’s tegenaan te smijten en krijg ik toch de kans om goed geëquipeerd mijn debuut te maken. Een helm kan ik van Mark gebruiken, en fietskleding was ik bij de Decathlon gaan kopen. Bovendien heb ik een man die een fiets helemaal uiteen kan halen en ineen kan steken en niet voor het minste naar de fietsenmaker moet hollen. Nen handige man….’t is een gerief in huis!

Ik ben al 2 keer op verkenning geweest. Man, man, man. Als je denkt dat fietsen op een koersfiets hetzelfde is als fietsen op een damesfiets, alleen met een beetje plattere rug, denk dan maar vlug iets anders. 

Dit mailde ik vorige week woensdagavond aan mijn vrienden:

"De kromme houding gaat nog, zelfs mijn nek protesteerde nooit echt. Maar dat stuur!!! Ik had (heb) echt last om een goei manier te vinden om dat stuur vast te pakken.

Ik had het gevoel dat ik terug moest leren fietsen. Sturen, remmen, op het verkeer letten en praten tegelijkertijd….dat ging gewoon niet! Eén ding tegelijk was al moeilijk genoeg. Mark legde me uitvoerig uit waarom je je stuur zeker nooit zo of zo moest vastpakken (natuurlijk de greep die ik spontaan had aangenomen). Op welke zaken je moest letten enz.

Besluit: ik kan nog altijd niet fietsen en achterom kijken tegelijkertijd. Ik kan niet recht op de trappers gaan staan want dan kukel ik over het stuur, of heb tenminste toch dat gevoel. Remmen vind ik zeer moeilijk, gewoon omwille van de plaats waar ze die remmen op een koersfiets hebben gezet. Schakelen heb ik een paar keer gedaan maar de theorie van het voorblad en het achterblad moet ik zeker nog eens te horen krijgen :-). Het meeste last had ik van mijn ellebogen, toen we hier thuiskwamen kreeg ik mijn armen amper gebogen. Stoppen om over te steken, vertrekken en je hand opsteken naar de autochauffeur die wilde stoppen is bijna niet te combineren :-). Met andere woorden: de fiets had vandaag controle over mij ipv ik over de fiets."

We hadden toen 37,5 km gefietst. Ik voelde dat ik een snelheid van 22 km/u makkelijk aankon. Dat trapte vlotjes weg zonder echt moeite te moeten doen. Vergelijk het met een trage duurloop.

Donderdag sprong ik op het werk nietsvermoedend op een fiets maar ik had er even geen rekening mee gehouden dat ik de dag ervoor de eerste keer op een koersfiets had gezeten. Mijn gat! Ook bij de spinning ’s avonds heb ik in het begin fameus op mijn tanden moeten bijten telkens we moesten gaan zitten.

Zondagnamiddag ben ik met Robin opnieuw gaan fietsen, een toerke van 35 km. De eerste kilometers aan 22 km/u maar eens we warmgedraaid waren reden we 25 km/u. En dat ging me goed af. Er waren zelfs stukken dat ik 27 à 28 km/u kon halen voor een kilometer of 3. Niet slecht voor een beginnerke, vond ik en zeker niet voor Robin die me probleemloos volgde.

Ik heb de greep op het stuur al een beetje beter onder controle. Ik kan al op het verkeer letten, remmen en praten tegelijkertijd. Met andere woorden: we maken vorderingen :-). Aan klikpedalekes waag ik me nog niet. Ik ga het lot niet uitdagen, hé. Nog niet. Dat komt wel binnenkort.

Ik heb me ook ingeschreven voor de Start-To-Bike die binnenkort bij ons in het dorp georganiseerd wordt. Van 0 tot 100 km op 10 weken tijd. Afhankelijk van het niveau van de deelnemers worden er groepen gemaakt, want er zullen vast wel mensen zijn die met een conditie van onder het vriespunt beginnen, net zoals ik destijds met lopen begonnen ben. Ik mag wel zeggen dat ik toch al een beetje conditie heb, dus echt van nul moet ik niet beginnen. Maar er is nog wel veel werk aan de winkel: in groep leren rijden, weten hoe je een bocht pakt zonder snelheid te verliezen, wanneer je moet schakelen, ….

Er is maar één probleem waarvoor ik nog een oplossing moet zien te vinden: het snot. Als ik de toer van vorige keer nog eens wil rijden, moet ik gewoon mijn spoor van snot volgen. Ik zweer het: elke kilometer zit mijn neus vol. Ik heb dus al 37 km + 35 km = 72 keer als een volleerde wielertoerist mijn neus geleegd. Harfsen, om het met een mooi woord te zeggen. Allé kom, “als een volleerde wielertoersit” is lichtjes overdreven als ik zie hoe mijn rechtermouw, de rechterpijp van mijn broek en mijn handschoenen er na de rit uitzagen. Zoveel verdwaald snot zal een doorgewinterde fietser vast niet mee naar huis brengen.

Ik had al vaker gemerkt tijdens het lopen dat er zich precies poeltjes in mijn neus bevinden. Zo lang ik mijn hoofd gewoon recht hou, is er geen probleem. Het water blijft dan in die poeltjes staan. Maar als ik even vooroverbuig om te zien dat ik niet in een putje trap, of om mijn zakdoekje te pakken, dan lopen die poeltjes over en loopt het water zo uit mijn neus. Bij het fietsen kan dat water niet blijven staan en loopt mijn neus dus direct vol. Mijn neus produceert snot aan de lopende band. Komt dat door de kou? Of door de wind?

In elk geval heb ik de smaak te pakken en kijk ik uit naar de volgende training!

Oh ja, als je eens in de auto achter een groep wielertoeristen hangt die precies niet opzij willen gaan: dat is geen arrogantie. Die horen je gewoon niet. Ik heb het zelf gemerkt. Niet dat ik de snelheid van een winkliever haalde, maar ik hoorde echt geen auto aankomen. Dus je mag gerust tuten als je achter een groep fietsers hangt.

Eergisteren mochten de partners meekomen naar de fitness in het kader van een Valentijnsactie. Mark is dus mee gaan spinnen. Er waren meerdere koppels, en de muziek was aangepast aan het gebeuren. Jolien is een keileuke instructrice en weet er altijd een feestje van te maken. Op een gegeven moment moesten we weer zingen (ja, spinnen is echt corvee!). Met de hele zaal brulden we “Dromen zijn bedrog” van Marco Borsato mee. Van de eerste tot de laatste letter. En als ik zeg brullen, dan bedoel ik brùllen. Ter controle draaide ze de volumeknop regelmatig uit. Gieren. (en hijgen!)

En morgen ga ik een marathon doen. De tweede marathon in mijn leven. In 1996 heb ik al eens een marathon geskate, en morgen ga ik een marathon spinnen. 3 uur aan een stuk. Wow.

Ik vermoed dat er in het weekend een hersteltrainingeske op het programma zal staan.

20:23 Gepost door Sandy in Fietsen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

06-02-11

Moeten

Ik móet nog zóveel doen, zei Jos,

ik móet nog zóveel regelen,

ik móet nog naar Den Bosch

en ik móet nog gauw naar Tegelen.

Ik móet naar dit en ik móet naar dat,

ik móet naar wie…ik móet naar wat…

ik móet naar alle kanten.   

 

Met al dat ‘moeten’ heeft hij mooi

zijn beste tijd bedorven,

ik hoorde gister in het Gooi

dat hij ‘moet’ zijn gestorven.

 

(Toon Hermans)

 

 
Een weekend dient toch om uit te rusten, hé? Dat zijn 2 dagen waarin je het kalmer aan mag doen en er niet echt iets moet. Ja, dag Jan!

 Vrijdagavond was inderdaad rustig. Ik MOEST alleen Wouter gaan halen op een feestje rond 20u. Zaterdagmorgen heb ik lekker lang geslapen, kreeg ik daarna een babbelbezoekje van mijn broer en MOEST ik naar de begrafenis. ’s Namiddags was er niets bijzonders gepland, maar als ik de komende week groenten en fruit wilde eten, MOEST ik wel even naar de winkel gaan. ’s Avonds hadden we een sauna gepland en dus MOEST ik de babysit vlug gaan ophalen na het eten. Zondagmorgen had Robin een volleybalmatch in Mortsel en MOESTEN wij om 8u40 aan de zaal verzamelen. Bovendien was het mijn beurt om te rijden dus MOEST ik chauffeur van dienst zijn. Na de middag MOEST ik van mezelf gaan lopen, omdat ik daar veel zin in had. En vanavond ben ik met Robin naar de volleybalmatch van Heren1 gaan kijken. Niet dat dat MOEST, maar dat wilden we beide wel graag.

 Ik wil maar zeggen: ik heb niet veel kans gekregen om mezelf te vervelen of om mezelf af te vragen wat ik nu eens zou gaan doen. Efkes rusten, bijvoorbeeld :-) Ach, de meeste dingen die ik MOEST doen, deed ik graag. Maar ik heb nu wel het idee dat het weekend al voorbij is voor het echt kon beginnen. Een knip met de vingers en hopsakee, we zijn 48 uur verder.

 Ik heb trouwens wel gerust: in de sauna. Héérlijk vind ik dat. Die tegenstelling van warmte en koude, daar wordt een mens zo ontspannen van. Zo lekker moe zonder dat je er iets voor moet doen. Lui zweet is rap gereed, zeggen wij dan.

 Tijdens één van de opgietsessies was ik –tegen mijn gewoontes in- een bankje lager gezakt omdat het me wat te heftig werd. Toen ik al dampend en zuchtend buiten kwam, voelde ik mijn hart hevig tekeer gaan. Tegelijkertijd voelde ik me zo slap als een vod worden, alsof alle energie weggestroomd was. En mijn hart maar bonken. Een beetje teveel van het goede, denk ik. Ik zette me op een bankje en liet de zotte wind zijn werk doen. Beetje afkoelen. Maar ook dat afkoelen ging niet helemaal goed want het duizelde in mijn hoofd. En dus legde ik mezelf even terug in de sauna om wat bij mijn positieven te komen.

 Het gevoel waarmee je dan ’s avonds in bed gaat liggen, dat is onbeschrijfelijk. Zo heerlijk loom en ontspannen. Zo rustig. De lakens voelden lekker koel aan op mijn warme lijf, ik vleidde mijn hoofd op het kussen en ik heb geen 10 seconden meer wakker gelegen. Ogen dicht en in no time compleet van de wereld. Zálig.

21:57 Gepost door Sandy in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-02-11

Een vloedgolf

Een begrafenis. Hier zit ik weer in de kerk. Het is nog maar een 2 maanden geleden dat ik hier ook moest zijn voor een begrafenis, en vandaag is het weer zo ver.

Ik zit op een stoel ergens in de achterste rijen. Voor mij, naast mij en achter mij geraakt elke stoel gevuld. Ik hoor geschuifel van mensen die een plekje zoeken. Hier en daar wordt er gehoest, een neus gesnoten. Ik voel de wind langs mijn haren strijken, telkens de deur opengaat. Op de achtergrond speelt muziek uit de jaren 60. “Apache” van The Shadows, als ik me niet vergis. Waarschijnlijk de favoriete muziek van de overledene. We zitten in stilte, wachtend tot de dienst gaat beginnen.

In tegenstelling tot de gebruikelijke christelijke gebeden en nietzeggende woorden van de pastoor, is deze dienst een aaneenschakeling van mensen die een stukje komen voorlezen. Kinderen, petekindjes, familie…ieder komt een stukje vertellen van hun geschiedenis met deze man. 

Ik bewonder die kinderen dat ze überhaupt in staat zijn om iets te komen voorlezen. Als voorbereiding kan je de mooiste teksten schrijven waar je lang aan kan zwoegen en wijzigen, hier nog iets verbeteren, daar een beter woord plaatsen. Maar om het op het moment van afscheid gelezen te kunnen krijgen, dat is een ander paar mouwen.

Deze mensen kunnen dat echter. In de kerk is het muisstil. Je kan een speld horen vallen. De meeste mensen zitten met gebogen hoofd, ik ook. In gedachten gaan we mee met de woorden die we horen. Hoe sommige momenten in ons leven er met kop en schouders bovenuit steken, of hoe kleine futuliteiten toch zijn blijven hangen omdat het zo grappig was, of omdat we er later nog vaak over verteld hebben. Maar ook hoe sommige onverwacht openhartige gesprekken deugd hebben gedaan, hoe blij we zijn dat we bepaalde woorden hebben uitgesproken. Dat we onze schroom opzij hebben gezet omdat we niet gewend zijn om tegenover een naast familielid te zeggen dat we hem/haar echt wel graag zien.

 

Iedereen luistert mee, iedereen voelt mee. Ramses Shaffy en Liesbeth List passeren met hun Pastorale. Ik prijs mezelf dat ik het droog kan houden. Wat voel ik me sterk.

De man blijkt een boekje met hersenspinsels en gedichtjes achtergelaten te hebben. Niemand wist daarvan, ook zijn familie niet. Uit dit boek worden eigengemaakte verzen voorgelezen. Zo eerlijk, zo echt.

En dan komt weer muziek. Al bij de eerste noten denk ik: “Nee, niet dit nummer”.  Vraag me niet waarom, maar dit nummer is gewoon niet het goede nummer om mijn muur opgetrokken te houden. Diep ademhalen helpt niet, knipperen met de ogen evenmin. Zelfs aan iets vrolijk denken, haalt niets uit. Op 3 seconden tijd lopen mijn ogen over en krast elke zin in mijn ziel.  Een willekeurige pijn die ik niet kan thuisbrengen woedt in mijn hart en houdt lelijk huis. Ik laat de tranen maar komen en vang ze zelfs niet op. Laat het maar druppen, denk ik. Gelukkig weet ik te kalmeren eens het liedje ten einde is. Tot zo ver het sterke gevoel.

Overal hoor ik gesnuf en gesnuit. Ik zie handen naar de neus en de ogen gaan. Er zijn meerdere mensen die hetzelfde voelen als ik.

Weer komt een zoon zijn tekst voorlezen. Herinneringen van vroeger, de eerste capriolen, de dreigementen na een bandietenstreek maar ook de troostende woorden eens de eerste woede was afgekoeld. De jongen leest voor, soms met een halve lach, maar ook een paar keer met verstikte stem, of met een snik. Als hij zegt hoe hij zijn bouw verder alleen moet zetten, hoe de vader hem niet meer kan helpen, hoe hij belooft om “hun” gezamenlijke werk tot een goed einde te brengen.

1,5 uur stil zitten op een stoel, luisteren naar mooie woorden, luisteren naar oprecht verdriet dat recht uit het hart komt, muziek die perfect weerspiegelt wat ik voel, .... het kruipt niet in mijn koude kleren. Vandaag is het de ver-van-mijn-bed-show, maar morgen kan het hier gebeuren. Elke dag is er wel ergens immens verdriet.

Ik fiets naar huis met het vaste voornemen om de mensen die ik graag zie nog eens goed vast te pakken en hen te zeggen dat ik hen graag zie. Ze weten dat misschien wel, maar het nog eens zeggen terwijl ik hen in de ogen kijk, kan geen kwaad. Integendeel.

16:12 Gepost door Sandy | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |