05-02-11

Een vloedgolf

Een begrafenis. Hier zit ik weer in de kerk. Het is nog maar een 2 maanden geleden dat ik hier ook moest zijn voor een begrafenis, en vandaag is het weer zo ver.

Ik zit op een stoel ergens in de achterste rijen. Voor mij, naast mij en achter mij geraakt elke stoel gevuld. Ik hoor geschuifel van mensen die een plekje zoeken. Hier en daar wordt er gehoest, een neus gesnoten. Ik voel de wind langs mijn haren strijken, telkens de deur opengaat. Op de achtergrond speelt muziek uit de jaren 60. “Apache” van The Shadows, als ik me niet vergis. Waarschijnlijk de favoriete muziek van de overledene. We zitten in stilte, wachtend tot de dienst gaat beginnen.

In tegenstelling tot de gebruikelijke christelijke gebeden en nietzeggende woorden van de pastoor, is deze dienst een aaneenschakeling van mensen die een stukje komen voorlezen. Kinderen, petekindjes, familie…ieder komt een stukje vertellen van hun geschiedenis met deze man. 

Ik bewonder die kinderen dat ze überhaupt in staat zijn om iets te komen voorlezen. Als voorbereiding kan je de mooiste teksten schrijven waar je lang aan kan zwoegen en wijzigen, hier nog iets verbeteren, daar een beter woord plaatsen. Maar om het op het moment van afscheid gelezen te kunnen krijgen, dat is een ander paar mouwen.

Deze mensen kunnen dat echter. In de kerk is het muisstil. Je kan een speld horen vallen. De meeste mensen zitten met gebogen hoofd, ik ook. In gedachten gaan we mee met de woorden die we horen. Hoe sommige momenten in ons leven er met kop en schouders bovenuit steken, of hoe kleine futuliteiten toch zijn blijven hangen omdat het zo grappig was, of omdat we er later nog vaak over verteld hebben. Maar ook hoe sommige onverwacht openhartige gesprekken deugd hebben gedaan, hoe blij we zijn dat we bepaalde woorden hebben uitgesproken. Dat we onze schroom opzij hebben gezet omdat we niet gewend zijn om tegenover een naast familielid te zeggen dat we hem/haar echt wel graag zien.

 

Iedereen luistert mee, iedereen voelt mee. Ramses Shaffy en Liesbeth List passeren met hun Pastorale. Ik prijs mezelf dat ik het droog kan houden. Wat voel ik me sterk.

De man blijkt een boekje met hersenspinsels en gedichtjes achtergelaten te hebben. Niemand wist daarvan, ook zijn familie niet. Uit dit boek worden eigengemaakte verzen voorgelezen. Zo eerlijk, zo echt.

En dan komt weer muziek. Al bij de eerste noten denk ik: “Nee, niet dit nummer”.  Vraag me niet waarom, maar dit nummer is gewoon niet het goede nummer om mijn muur opgetrokken te houden. Diep ademhalen helpt niet, knipperen met de ogen evenmin. Zelfs aan iets vrolijk denken, haalt niets uit. Op 3 seconden tijd lopen mijn ogen over en krast elke zin in mijn ziel.  Een willekeurige pijn die ik niet kan thuisbrengen woedt in mijn hart en houdt lelijk huis. Ik laat de tranen maar komen en vang ze zelfs niet op. Laat het maar druppen, denk ik. Gelukkig weet ik te kalmeren eens het liedje ten einde is. Tot zo ver het sterke gevoel.

Overal hoor ik gesnuf en gesnuit. Ik zie handen naar de neus en de ogen gaan. Er zijn meerdere mensen die hetzelfde voelen als ik.

Weer komt een zoon zijn tekst voorlezen. Herinneringen van vroeger, de eerste capriolen, de dreigementen na een bandietenstreek maar ook de troostende woorden eens de eerste woede was afgekoeld. De jongen leest voor, soms met een halve lach, maar ook een paar keer met verstikte stem, of met een snik. Als hij zegt hoe hij zijn bouw verder alleen moet zetten, hoe de vader hem niet meer kan helpen, hoe hij belooft om “hun” gezamenlijke werk tot een goed einde te brengen.

1,5 uur stil zitten op een stoel, luisteren naar mooie woorden, luisteren naar oprecht verdriet dat recht uit het hart komt, muziek die perfect weerspiegelt wat ik voel, .... het kruipt niet in mijn koude kleren. Vandaag is het de ver-van-mijn-bed-show, maar morgen kan het hier gebeuren. Elke dag is er wel ergens immens verdriet.

Ik fiets naar huis met het vaste voornemen om de mensen die ik graag zie nog eens goed vast te pakken en hen te zeggen dat ik hen graag zie. Ze weten dat misschien wel, maar het nog eens zeggen terwijl ik hen in de ogen kijk, kan geen kwaad. Integendeel.

16:12 Gepost door Sandy | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Vanmorgen op de training was het precies een jaar geleden dat een loper was overleden. Hij liep vandaag weer mee! Je hebt zo van die dagen en momenten.

Gepost door: Tiny | 05-02-11

een paar weken geleden 'moest' ik ook naar een begrafenis. Die blinde meneer die een dodelijk ongeval gekregen had in Leuven (onder de trein terechtgekomen) was een collega van mij. Ik ken hem niet zo goed en had er ook weinig contact mee, maar ik was de enige van onze kleine afdeling die zich kon vrijmaken dus 'moest' ik ook wel gaan. En ook al heb je niet echt een band met iemand, en neem je je voor je sterk te houden, van zodra er maar een noot muziek gespeeld wordt, word ik al week. Heel die week was ik toch wel van slag. Zo'n jong mens en zo'n nutteloos ongeval. Het kan ieder van ons ook in een vingerknip gebeuren.

Gepost door: Chris | 14-02-11

De commentaren zijn gesloten.