22-09-10

Een vrije namiddag

hurry.gifWoensdagmiddag 12 uur. Einde van de werktijd voor vandaag. Voor de werktijd op kantoor tenminste. Een vrouw heeft nooit echt gedaan met werken. Ik ga de trap af als ik mijn GSM hoor piepen. Een sms van Mark. Hij komt vanmiddag thuis eten. Leuk, dan zitten we vanmiddag met 4 aan tafel.

Ik vertrek met de auto, doe de zonneklep naar beneden en reik naar mijn zonnebril. Shit, die ligt niet hier. Ah ja, ik had hem gisterenavond uit deze auto genomen omdat ik met Mark zijn auto naar de training ging rijden.

10 na 12. Ik stop bij de beenhouwer. 2 mensen voor mij. Zou het me lukken om op tijd thuis te zijn voor ons mannen er zijn?  Kwart na 12, ik ben aan de beurt. Wat gebraad, wat biefstuk, wat kalkoenlapjes, wat charcuterie. Ik laat mijn ticketje van vorige week zien, er moet nog een bedrag in mindering gebracht worden. Heel toevallig had ik ontdekt dat ik de bestelling van mijn voorganger meebetaald had. Normaal gezien gooi ik die briefjes altijd direct weg zonder ze te bekijken. Vorige week dus niet. Gelukkig maar. De dame neemt een rekenmachine en begint te tellen. Oei, fout getikt, opnieuw.  Dju, weer fout getikt, nog eens opnieuw. Wéér fout getikt, “wat voor een rekenmachine is dat, zeg!” hoor ik haar zeggen. “Doe maar rustig,” zeg ik. Ik kijk op mijn klok. 20 na 12. Ik ga niet op tijd thuis zijn.

 Ik vervolg mijn weg naar huis en kom onderweg op de gebruikelijke plaats familie eend tegen. Grote vergadering, vermoed ik, gezien hun aantal. Thuis zitten Mark en ons mannen al aan tafel. “Je bent zo laat, mama?” vragen de kinderen me. Een paar boterhammen eten, wat babbelen over school, over ’t werk….

Tafel afruimen. Ons mannen ploffen op de zetel. “Mannekes, ga eens naar buiten spelen!”, maan ik hen aan. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Altijd maar voor die tv willen zitten! Mark vertrekt. Kusje, en hij is weg.

Het is 13 uur. Afwachmachine leegmaken.  Als ik de kast van de brooddozen en drinkenbussen open doe, komt alles eruit gevallen. Dat komt ervan als je je kinderen de afwasmachine laat leegmaken en alle spullen in de kast laat zetten. Ik zucht, haal het meest eruit en maak mooie stapeltjes in de kast.

Als dit klaar is, ga ik naar de bureau en zet de pc op. 

- “Hela, als ik geen tv mag kijken, moet jij niet aan de pc gaan zitten!” zegt Robin me vermanend.

- “Ik heb al wel gewerkt, hé jongen, ik heb de afwasmachine helemaal alleen leeggemaakt. En wat heb jij gedaan?” snauw ik hem af.

Wouter houdt mijn gejakker voor bekeken en gaat bij moemoe spelen.

 Een mail ivm een retourzending die ik naar Nederland moet sturen. Ik moet op hun website aanloggen om een retourformulier aan te maken en dit uitprinten. Wat een gedoe. Ik open internet. Geen verbinding. Verdorie! Dat was gisterenavond laat ook al het geval.  Ook de mail geeft plots een foutmelding.

Accountinstellingen testen. Noppes. Ik meld me af en meld me terug aan. Nog eens proberen. Lukt niet. Ik meld me af, zet de pc uit, trek de pries uit, zet alles terug op, meld me aan, verbinding testen. Nog steeds niet. Miljaar!!! PC terug af.

Telefoon. Het vriendje van Robin vraagt of Robin niet bij hem kan komen spelen ipv hij bij ons. De lijn wordt plots verbroken. Een halve minuut later belt hij terug. Ok, ok, ik breng Robin wel. Hem alleen laten gaan met de fiets betrouw ik niet want hij moet de grote baan oversteken.

Ik ga naar de garage. Trek de stekkers van de modem en de router uit, steek alles terug op zijn plaats. Ik zet de pc terug op en meld me aan. Terug verbinding. Yes!!! Zeg nog eens dat een vrouw hare plan niet kan trekken.

Robin komt vragen wanneer we vertrekken. “Sebiet.” “Ja maar, wanneer is sebiet? Binnen 5 minuten of binnen een half uur?” “Sebieieieieieiet!!” roep ik geïrriteerd.

 Mijn wachtwoord blijkt niet meer te werken, dus ik vraag een nieuw op.  Allé vooruit, alles ingevuld, retour aangemeld, maar dat ding wil niet printen “Can’t open the document vanwege één of andere failure”. Godmiljaarde! Waarom wil dat ding niet meewerken? Ik maak een screenshot van de belangrijkste gegevens, print dat af en steek dat bij in de doos. Het moet maar goed genoeg zijn. Het is bijna 14 uur.

We vertrekken met de auto. Met de fiets had ook gegaan, maar ik moet nog naar de apotheker en dan is de auto sneller. “Oh ja, vergeet niet dat ik straks wil trakteren op de volleybal, hé! Je moet nog snoepjes gaan kopen!” zegt Robin me.  Robin bij het vriendje afgezet en ik rij richting Oostmalle.

Eerst nog stoppen op het postpunt om mijn pakketje te verzenden. Aangetekend? Waarom niet, doe maar vlug. 11 euro? Pfff, dan bestelt een mens al eens iets via internet voor de goedkoop en nu ben ik wel ferm gechareld. Ach, who cares. Ik betaal en ben er vanaf. Nah! Weg met dat ding! Ik wil er niks meer over horen.

Ik stap in en rij verder. File. Ik ben verdorie ons dorp amper uit! Wat is er aan de hand? Ik besluit aan te schuiven. Er zit toch niks anders op.

Wim de Craene zingt over Rozanne.

Weet je nog hoe ik vertelde
hoe pijnlijk het afscheid is.
Hoe traag een schip de baai afvaart
hoelang het wuiven is.
Voordat het schip een stip wordt
dat helemaal verdwijnt.
En hoelang je nog zou blijven
in de havenkroeg bij Stijn.


En toen we afscheid namen
was ik rotsentimenteel.
Ik wou voor het laatst met jou naar bed
en God het scheelde echt niet veel.
Niemand was die nacht, Rozanne,
zo gek als wij ons twee.
Hoe gek het ook mag blijven
’t viel allemaal wel mee.

Ik vraag me af wat hem er 20 jaar geleden toe gedreven heeft zich van het leven te beroven. Een mens moet toch echt aan het einde van zijn latijn zitten als dat nog de enige uitweg lijkt.  Ik zou het nooit doen, maar ik begrijp hem. Soms doet leven gewoon pijn. Te veel pijn om te kunnen dragen.

Waarom wilde ik alweer per se naar Oostmalle naar de apotheker? Omdat de apotheker van ons eigen dorp nooit iets in huis heeft, en we al jaren naar Oostmalle rijden. Da’s waar. Maar het zijn nu andere uitbaters, misschien in het vervolg toch eens proberen? Wat maakt het nu nog uit? Ik ben al halfweg. We maken vorderingen! 10 km/u…20 km/u….30 km/u…hola, we rijden! Eens ik het kruispunt over ben parkeer ik de wagen en snel naar binnen. Een potje dagcrème van Widmer – mijn favoriet, en zalf tegen aftjes want Robin met zijn blokjes…, en oh ja, vitamientjes voor mezelf. En ook nog een fles tegen de snotvalling. En da’s just, nu ik hier toch ben: 2 tubes tandpast van Sensodyne, die speciale die je niet in de winkel kan krijgen. Die moest ik al zo lang geleden gekocht hebben. Klantenkaart? Die zit nog in mijn gestolen handtas. Niet erg, dan maken ze wel een nieuwe aan en zetten ze de puntjes over.

Ik rij terug naar huis en de file is verdwenen. Straf. Pech gehad daarstraks dat ik net op dat moment naar Oostmalle wilde rijden.

Goh, dat zonnetje schijnt nogal, zeg. Dju, ik ben vergeten mijn was buiten te hangen! Waarom  heb ik dat daarstraks niet eerst gedaan? Hij had al droog kunnen zijn! Ah ja, da’s waar, ik moest Robin eerst wegbrengen. En hij zat al op hete kolen.

In rij mijn huis voorbij en rij naar de supermarkt. Snoepjes kopen en wasmiddel, want dat was op. En ook Bonne Nuit kruidenthee, want die is al 2 weken op en ben ik altijd al vergeten mee te brengen. Ik feleciteer mezelf dat ik er nu wel aan denk.

In de auto bedenk ik dat ik de was vandaag zeker moet doen. Ik moet absoluuit strijken. En eigenlijk ook het huis kuisen. Als ik nu straks mijn mannen eens aan het werk zet om boven andere lakens op de bedden te leggen en boven te stofzuigen? Zou dat pakken? Pfff, Robin is pas laat thuis want die moet nog volleyballen. En dan nog huiswerk maken. Wouter is nog te klein om dat alleen te kunnen, en die heeft ook huiswerk. En Mark, tja, die heeft ook al een hele dag moeten werken.

Ik kom thuis en het is al na half 3. Al halverwege de middag! Met mijn handen vol zakken, een handtas en huissleutels stommel ik binnen. Ik zet de zakken op tafel en leg alles op zijn plaats. Ik zie de rijpende tomaten die mijn vader gebracht heeft op het vensterschap liggen, en bedenk me dat ik die dringend in de diepvries moet steken. Anders worden ze slecht.  Ik moet nog soep koken. Want het is woensdag, en dan heb ik een vrije namiddag en dan heb ik tijd om te koken. En de was hangen. Eerst de was hangen!  Ik doe mijn vestje uit en gooi het vlug op de rugleuning van een stoel, want pfff, wat is het warm.

Plots stop ik. Ik roep mezelf tot de orde.

WAT BEN IK EIGENLIJK AAN HET DOEN?

Ik ben mezelf aan het afjagen. Ik probeer honderd en één dingen tegelijk te doen. En terwijl ik met één ding bezig ben, denk ik al aan het volgende. Frustraties tot en met omdat ik zoveel taken in die ene halve vrije (?) dag wil proppen.

Dit moet anders. Dit kan anders.

Ik neem de was uit de machine en wandel rustig naar buiten.  Ik voel de zon op mijn huid. Ik voel de wind op mijn schouders. Ik voel hoe de wind met mijn haren speelt. Ik geniet van de warmte terwijl ik de was ophang. Ik denk aan niks anders behalve aan wat ik aan het doen ben. Heel rustig. Ik hoor in de verte kinderen spelen. Ik hoor de vogels in het bos. Ik zie hoe de zon schaduwen maakt op de garagemuur. Ik zie de t-shirtjes wapperen. Ik lach met mijn favoriete ondergoed dat in hetzelfde model in 3 verschillende kleuren aan de draad hangt. Dat is écht wel mijn favoriet zo te zien.

Zo gaat het ook.

En weet je, het gaat even rap. Je beleeft het alleen anders.

18:42 Gepost door Sandy in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (8) | Tags: voer sleutelwoorden in |  Facebook |

19-09-10

Nog efkes!

Wat een drukte de voorbije dagen.

Vrijdag verjaarde Robin. Hij werd 11 jaar, en sprak al een heel jaar van “de fuif” die hij ging geven als hij in het zesde leerjaar zat. Vrijdagavond was het dan zo ver. In het zaaltje van zijn school stond de DJ (een 15-jarige dorpsgenoot) klaar om de mannen bezig te houden. Niet alleen de kinderen van de 2 zesde leerjaren waren er, maar ook familie, zijn vriendjes van de volleybal, en zelfs vriendjes van het CM-kamp! Dat was een leuke opsteker, want zij moesten toch van een paar dorpen verder komen.

Op een gegevan moment draaide de DJ een slow (de enige van die avond). Keigrappig om te zien wie wel en niet durfde. De koppeltjes die het wel aandurfden om op de dansvloer te gaan staan hadden elkaar bij de schouder vast. Met gestrekte armen. Zoals mijn schoonbroer uitdrukte: “dat was geen slow maar een safety dance! “ :-)

Hij wordt groot, mijn kleine jongen. Deze morgen vroeg ik hem of hij in het dorp bij de kraam een gebraden kip wilde gaan kopen. Hij ging in de garage mijn fiets halen.  “Wat ga jij met mijn fiets doen?” vroeg ik hem. “Naar het dorp rijden,” zei hij. “Jouw fiets heeft zakken achteraan dus dat is makkelijk”. En weg was hij. Toen moest ik toch even slikken. Mijn kleine jongen past al op mijn fiets….

Gisteren was het pistemeeting. Ik werd verondersteld, net als vorig jaar, om mee de deelnemerslijsten op te maken en de resultaten te verwerken. Op een gegeven moment hebben we gegierd van het lachen. Guy zat naast mij de resultaten van werpnummers voor te lezen, en ik was ze ijverig op de laptop aan het intikken. Ineens schoot hij in de lach. Omdat ik geen tijd had om op te kijken, ging ik er vanuit dat hij iets grappig zag. We deden verder, maar hij moest nog harder lachen. “Zeg, wa hedde gij eigenlijk?” vroeg ik hem. “Je zou eens moeten horen hoe jij elke keer “ja” zegt, dat gaat altijd maar in stijgende lijn!” Ik snapte ‘m. “Nog efkes, Guy!” kon ik niet laten om te roepen, “nog efkes!” Lachen

Dat is toch niet te onderschatten, hoor, zo’n pistemeeting. Na een paar uur geconcentreerd resultaten intikken, ben je groggy en dansen de cijfertjes voor je ogen.

Hieronder een foto van Robin bij het hockeybalwerpen:

Robin 2.JPG

Vandaag moest ik zelf nog eens aan de bak. Een duurloop van 15 km met hartslag onder de 145. Ik had een vroegere zwerftochtroute wat aangepast in Sporttracks en deze naar mijn Forerunner gestuurd. Het zou 18 km worden ipv 15. Een paar km extra is niet zo erg. Maar goed dat de hartslag niet onder de 135 moest zijn, want het lukte me niet om hem naar omlaag te krijgen, hij bleef rond de 140 hangen.

Een nieuwe omgeving om te lopen kan toch deugd doen. Ik was er in het voorjaar al wel eens geweest in voorbereiding op Brussel. Ook nu liep ik op een gegeven moment helemaal in the middle of nowhere in een onbekend bos. Alleen maar bomen rondom mij. En blauwe lucht en zonnestralen. En langpootmuggen. Ik denk dat het bevolkingsaantal van de langpootmuggen op dit moment aan haar hoogtepunt zit. Ze vlogen werkelijk overal! Ik kon de route perfect op mijn Forerunner volgen en ben niet verloren gelopen. Zelfs nergens getwijfeld.

In tegenstelling tot de wedstrijd van vorige week, had ik krachten op overschot in mijn benen. Ik besloot op 4 km van huis om een trukjes van mijn coach na te apen. Ik had namelijk op zijn blog al een paar keer gelezen dat hij soms de laatste kilometers van een lange duurloop in hoger tempo doet.  Zou ik dat ook kunnen? Hij zou me dit folieke wel vergeven.

Ik ging proberen om mijn HM-tempo aan te houden tot ik thuis was. Ja, dag Jan! Het voelde alsof ik 11 km/u liep, maar in werkelijkheid zat ik maar aan 10,3 km/u. Mijn hartslag bleef onder de 170, de benen waren krachtig, maar om één of andere reden ging ik niet harder. Toch heb ik die 4 km in hoger tempo kunnen volhouden. Ik kwam thuis met het gevoel dat ik 8 km had gelopen ipv 18 km. Hoe onvoorspelbaar is dat lopen soms toch?

De laatste kilometers hebben me doen beseffen dat mijn grote droom voorlopig een droom zal blijven. Ik denk niet dat ik in Eindhoven onder de 2 uur ga kunnen duiken dit jaar. Toegegeven, met 3 trainingen per week (waarvan er dan soms nog één wegviel) mag je geen wonderen verwachten.

Ik vind het niet erg, hoor. Ik blijf de ambitie houden om die halve marathon ooit eens onder de 2 uur te lopen. Wie weet, als ik ooit eens een superdag heb en zonder enige stress aan de start zal staan…misschien dat het me dan wel lukt. We zullen wel zien. Zo lang ik plezier in het lopen heb, is voor mij elk resultaat goed.

 

19:25 Gepost door Sandy in Training | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

11-09-10

Monumentenloop Vorselaar

Ik heb vandaag een wedstrijd gelopen. En daarmee is zo ongeveer alles gezegd. Ik gebruik bewust geen adjectief omdat ik niet goed weet welk gevoel ik er op moet plakken.

 We stonden slechts met 3 Dallers aan de start van de Monumentenloop in Vorselaar. De 14 km gingen we lopen.  Tijdens het warmlopen op de piste hoorden we de omroeper in enthousiaste termen over het stralende weer spreken. I beg to differ. Voor de lamme tamme toeschouwer is dat zonnetje natuurlijk heerlijk, maar als je fysieke arbeid moet gaan leveren denk je daar lichtjes anders over. Van mij had het gerust 10° frisser mogen zijn. 

Ja, ik weet het, ik ben aan het zagen. In augustus heeft de zon amper geschenen en dan is het vandaag zo’n mooie dag, en zit ik daarover te janken. Maar ik moet het minder goede resultaat toch op iets kunnen steken, zeker?

Ik heb de voorbije week geen meter gelopen wegens diverse oudercontacten. Ideale voorbereiding op een wedstrijd dus, haha. Nu ja, ik ben er al lang mee opgehouden om me in bochten te wringen om alles wat ik wil doen, te kunnen doen in een bepaald tijdsbestek. Soms moeten er dingen wijken. Niks aan te doen. En dus vielen de looptrainingen deze week weg. Zou wel handig zijn om soms wat minder te "willen", dat ook.

Vanaf de eerste kilometer scheen het zonnetje ongenadig op onze bolletjes. Hoogzomer was het. In het begin voel je dat nog niet zo hard, ik kon dan ook een snelheid van ongeveer 11 km/uur aanhouden. Perfect. Na een paar kilometers snakte ik echter al naar schaduw, het zweet liep er af, maar er was geen enkel boompje, geen enkel takje dat schaduw bood. Dirk en Nancy liepen zo’n 5 meter voor me. Al gauw hadden een paar mensen hun wagonnetje aangehaakt en vormden ze een groepje. Niet lossen, dacht ik, dus ik probeerde te achtervolgen. Wat me ook goed lukte. Ik zag de snelheid op mijn Forerunner echter met de kilometer zakken. Rond kilometer 8 dacht ik: “waarom doe ik dit eigenlijk?” Ik ken mezelf genoeg om te weten dat het vet van de soep is als dergelijke vragen zich spontaan in mijn geest aandienen. Ik probeerde mijn denken stop te zetten en mij op mijn muziek te concentreren, maar zoals onze trainer gisteren nog zei: “om het verstand op nul te zetten, moet de ene al verder terugdraaien dan de andere” :-) (voor alle duidelijkheid: ik moet nooit ver terugdraaien, hoor)

Op kilometer 8 was het voor mij genoeg geweest. Ik had wel willen stoppen. De benen hadden alle kracht verloren. De ademhaling ging nog vrij goed, maar ik had geen fut meer. Alle boterhammen met poepgelei van vanmorgen en vanmiddag ten spijt.  Zelfs een gelletje bracht geen soelaas. Maar toen dacht ik dat door te wandelen de strijd dan alleen maar langer zou duren en dat ik er niet vrolijker van zou worden. Dus heb ik maar dapper doorgelopen. Onderweg ben ik nog één keer gestopt om een vrouw mee recht te helpen die een buiteling had gemaakt. Ook waren Nancy en Dirk terug aangesloten – zij waren wat achterop geraakt doordat Nancy wat misselijk was. En zowaar, de laatste 2 kilometers ging het terug beter. Met z’n drieën zijn we vertrokken en met z’n drieën zijn we aangekomen. Na 1 uur en 26 minuten voor 14,2 km. Gemiddelde “snel”-heid 9,8 km/u. Volgens Sporttracks zelfs 9,9 km/u. Jawadde.

Eén troost: in de kleedkamers van de vrouwen was er niemand content. Alle vrouwen hadden blijkbaar een off-day gehad. Zou het dan toch aan het weer gelegen hebben?  En op de uitslagen waren Nancy en ik 10e en 11e vrouw in onze categorie. Dus echt slecht was het niet. Maar vertrouwen voor Eindhoven geeft het ook niet bepaald….

Nog 4 weken te gaan.

19:52 Gepost door Sandy in Wedstrijd | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

06-09-10

Broken Strings



Let me hold you
For the last time
It’s the last chance to feel again
But you broke me
Now I can’t feel anything

When I love you
It’s so untrue
I can’t even convince myself
When I’m speaking
It’s the voice of someone else

Oh it tears me up
I tried to hold on but it hurts too much
I tried to forgive but it’s not enough
To make it all okay

You can’t play on broken strings
You can’t feel anything
That your heart don’t want to feel
I can’t tell you something that ain’t real

Oh the truth hurts
A lie is worse
I can’t like it anymore
And I love you a little less than before

Oh what are we doing
We are turning into dust
Playing house in the ruins of us

Running back through the fire
When there’s nothing left to save
It’s like chasing the very last train
When it’s too late

Oh it tears me up
I tried to hold on but it hurts too much
I tried to forgive but it’s not enough
To make it all okay

You can’t play our broken strings
You can’t feel anything
That your heart don’t want to feel
I can’t tell you something that ain’t real

Oh the truth hurts
And lies worse
I can’t like it anymore
And I love you a little less than before

But we’re running through the fire
When there’s nothing left to say
It’s like chasing the very last train
When we both know it’s too late

You can’t play our broken strings
You can’t feel anything
That your heart don’t want to feel
I can’t tell you something that ain’t real

Oh the truth hurts
And lies worse
I can’t like it anymore
And I love you a little less than before
Oh and I love you a little less than before

Let me hold you for the last time
It’s the last chance to feel again

22:32 Gepost door Sandy in Muziek | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

04-09-10

Mist

Als ik ’s morgens de gordijnen open trek en ik merk dat er mist buiten hangt, kondigt dit niet altijd een seizoenswissel aan. Nee, meestal wil dit gewoon zeggen dat het tijd is om mijn ramen te kuisen.

Zo ook vandaag. Het was een lekker weertje, ik voelde een opstoot van energie en had mijn huis vanmorgen al onder handen genomen. Tijd voor de ramen dus. Nu moet je weten dat ik vroeger bij mijn ouders thuis altijd de ramen kuiste met spons en zeemlap. Ik was niet beter gewoon. Trapladdertje mee naar buiten, klimmen en kuisen.

ramenreiniger.jpgSinds ik getrouwd ben, heb ik me een spons/aftrekkertje-in-één aangeschaft. Zo’n ding met een handvat waar je een steel in kan steken, en aan één kant een soort spons hebt om mee te wassen, en als je een knopje indrukt kan je het draaien en verschijnt het aftrekkertje aan de goede kant. Als je enkel spons en zeem gewoon bent, lijkt dit wel high-tech.

Ik heb dat ding sinds we in ons huis wonen, dus sinds 1998. Om de zoveel maanden trok ik met trapladder, emmer met zeepsop, doekje en spons-aftrekkertje naar buiten. Niet dat kuisen in het algemeen, of ramen kuisen in het bijzonder, tot mijn geliefde bezigheden hoort, maar zoals reeds gezegd, spreekt de mist soms boekdelen en zet die aan tot actie.

Met mijn 1m65cm ben ik net niet groot genoeg om aan de bovenkant van de ramen te geraken. Bij de grote schuifraam los ik dat op, door op de arduin te gaan staan, maar dat kan bij de andere ramen niet. Dus sleurde ik dat trapladdertje altijd mee. De emmer zette ik vanboven op het plateautje. Eigenlijk was de emmer net iets te breed. Hij stond er maar voor drie vierde op. En eigenlijk was dat plateautje net iets te hoog. Als ik mijn doekje wilde uitwringen, dan wrong dat wat tegen.

In plaats van de emmer elke keer van dat trapladdertje te pakken, de ladder naar de volgende raam te brengen en de emmer er terug op te zetten, had ik daar iets op gevonden. Iets tijdsbesparend: gewoon de emmer laten staan tijdens het heffen en verplaatsen. Dat vereiste enige evenwichtsoefenening, maar meestal ging dat zonder problemen. Meestal.

Net toen ik de ramen aan de voorkant van het huis aan het doen was, dus in het zicht van de buren, besloot de emmer met water tijdens het verplaatsen te wankelen en te vallen. Recht in mijn décolleté. Omdat ik niet elke dag vuil water met natte spinnenwebben in mijn décolleté gegoten krijg, sloeg ik een gil(letje). Toch was het luid genoeg voor de buurman die natuurlijk net op dat moment ook in zijn voortuin bezig was. Hij hoorde me, hij keek, en hij zag me druipen. En hij lachte.

Soit, ik wijk af. Waar ik eigenlijk naartoe wilde is het volgende: soms is een mens zo lomp, zo ontzettend lomp dat het beschamend is. Weet je welk lumineus idee me namelijk ergens in de loop van dit jaar binnenviel? Waarom draai ik geen stok in dat handvatje? Dan heb ik dat verdomde trapladdertje helemaal niet nodig! En ik kan toch overal bij! De oplossing is zo vreselijk simpel, dat mijn kaken spontaan rood worden bij het besef dat ik 11 jaar met dat trapladdertje gezeuld heb, terwijl ik gewoon een stok nodig had.

Waarom ik er dan een blogje aan wijd? Omdat ik mijn trouwe lezertjes ook iets gun. Laat ze nog maar eens lachen met de stomme fratsen van ondergetekende. Ik kan er zelf ook mee lachen. Hoe loemp kan ne mens toch zijn?

In elk geval, als ik nu naar buiten kijk zie ik blauwe lucht, groene bomen en helder groen gras. De mist is opgetrokken. Lachen

19:33 Gepost door Sandy in Zever | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

01-09-10

Lessen in genetica

-  “Mama, zeg nu eens jouw definitieve antwoord: Wil je dat ik mijn fuif alleen geef of samen met een vriendje?”

-  “Samen met een vriendje vind ik beter. Vraag eens aan papa wat hij denkt.”

-  “Dat is niet nodig, dat weet ik zo ook wel.”

-  “Waarom? Jij weet toch niet wat papa denkt?”

-  “Jawel. Luister: Mijn genen zijn een combinatie van jullie genen. Jij zegt dat je wil dat ik samen met een vriendje een fuif geef, maar ik wil eigenlijk liever alleen een fuif geven, dan kan het niet anders dan dat papa ook wil dat ik alleen een fuif geef. Ik heb ook zijn genen, hé!”

Tegen zoveel kinderlogica kon ik niet meer tegenop.Lachen

22:41 Gepost door Sandy in Zever | Permalink | Commentaren (3) | Tags: voer sleutelwoorden in |  Facebook |