31-05-10

20 km Brussel

Fred FlintstoneJabbedabbedoe! Zou Fred Flintstone geroepen hebben J

 

Ja, het is me eindelijk nog eens gelukt om de magische 2uursgrens te doorbreken.

Om een goei wedstrijd te lopen moet het koppeke meezitten, moet de fysiek meezitten en moeten de omstandigheden meezitten. Laat nu net die 3 voorwaarden gisteren vervuld worden.

 

Wat de omstandigheden betreft: het weer was perfect om in te lopen. Kon niet beter. 15° en een fris windje. Bovendien had mijn rots in de branding, Dirk, had voor een perfecte omkadering gezorgd in de vorm van parking voor de auto’s, een pendelbus naar de start en later ook weer terug. Mét achteraf gelegenheid tot douchen en broodjes en dessertjes en drankjes. Dat de douche min of meer in het water viel (what’s in a name?) kon de pret toch niet meer drukken. Deodorant en droge kleren kunnen wonderen doen. Merci voor alles, Dirk!

 

Omdat er regen voorspeld was, had ik mijn voor-éénmalig-gebruik-voorzien-doch-reeds enkele-malen-gebruikt regenjasje van bij den Blokker meegenomen. Een stuk plakband repareerde de scheur in de kap, en voilà, zeg nog eens dat we niet aan recyclage doen.

Maar hoewel dat jasje de regen redelijk goed tegenhoudt, zou het ook wel koud worden.

In een uitzonderlijke bui van helderheid viel mijn frank dat ik boven in de kast nog oude werktruien van Mark had liggen, van in zijn Corus-periode. Die kon ik gebruiken om mij warm te houden en die mocht weggegooid worden aan de start (tot zo ver de groene gedachte).

Toevallig was dat net een XL-trui. En hoewel ik ook wel XL-vormen heb, moest ik toegeven dat er eigenlijk nog wel iemand bij in paste. En dat het zeker lang genoeg was. En dat het eigenlijk op niks trok. Soit. Het zou me warm houden en daar ging het om.

Dat het op niks trok werd direct door Luk bevestigd toen hij we kwam ophalen, want één blik om mijn lange rode XL-trui resulteerde in de sarcastische commentaar dat hij er helemaal wild van werd. Jaja. J

 

We hadden afgesproken met de bende aan de Park&Ride. Met 3 auto’s vertrokken we richting Brussel. Eens de auto’s veilig en wel geparkeerd waren, volgden de traditionele toiletbezoekjes, het zenuwachtige gegiechel tijdens het opspelden van de nummers en aanverwante voorbereidingen, voor alle zekerheid nogmaals een toiletbezoekje en dan bracht de bus ons naar de start.

Dju toch, de vrouwen moesten wéér naar ’t toilet. Gezien de lange wachtrijen aan de mobiele toiletten, doken we de bosjes in. Het zal een schoon zicht geweest zijn, want je moet je voorstellen dat er een muur van 4 vrouwen half in de struiken staat, allemaal met de rug naar de struiken en als een standbeeld onbeweeglijk naast elkaar. Om de zoveel tijd hoorde we de kreet: “Klaar! De volgende!” en mocht de volgende in rij achter “de muur” plaatsnemen. Voorbijgangers wist wat er aan de hand was, en konden een glimlach niet onderdrukken.

De pret werd later nog groter toen we midden op een grasvlakte stonden en Isabelle wéééér moest. Onder het motto “wat moet, dat moet!” maakten de vrouwen een cirkel met de ruggen naar elkaar, en Isabelle hurkte in die cirkel. Midden op het plein. Zeg nu nog eens dat vrouwen niet dapper zijn!

 

In ons startvak was het bang afwachten tot het kanonschot….dat niet kwam. En ik tegen alle anderen maar zeggen hoe erg ze wel zouden verschieten. Niet dus. De trui was ondertussen al weggegooid maar het jasje zat aan mijn drankengordel achteraan vastgeknoopt. Dat zou nog van pas komen na de finish. De eerste kilometers gingen vrij vlot. Tot aan de tunneltjes. De eerste tunnel was wreed benauwend en ik was blij dat ik boven was. Amai. Nog 2 te gaan. Die vielen gelukkig beter mee. Nu konden we terug tempo maken.

Mijn hartslag bleef verbazend laag want regelmatig zag ik hem terugvallen naar vanachter in de 160. Hé? Dit was toch de 20 km van Brussel met hellingen en afdalingen?

Reden te meer om er een lap op te geven. Ik had blijkbaar nog wat reserve.

 

Ik probeerde een snelheid van tegen de 11 km/u aan te houden op de vlakke stukken. Wat sneller in de afdalingen, wat trager bergop. En eigenlijk liep ik vrij comfortabel. Op km 8 nam ik een eerste gelleke. Nergens pakte ik een flesje water want ik had zelf sportdrank bij in mijn drankengordel, dus bij de waterposten kon ik netjes middenin de links- en rechtsgraaiende meute doorlopen. Op km 12 zat ik op 1u en 8 minuten. Dat was maar 1 minuutje meer dan mijn laatste wedstrijd! Toen was ik o zo blij dat ik na 12 km mocht stoppen omdat het me niet echt makkelijk afging, maar nu had ik een veel beter gevoel. Nog maar 8 km te gaan.

Soms voelde ik mijn dijen protesteren. Dat loopt hier precies zo moeilijk, zeg? Ah ja, vals plat. Je ziet dat dus niet altijd, hé. Voelen des te meer.

Een beetje later ging het plots een pak beter, eens we terug op vlakke weg zaten.

Op km 14 nam ik een volgend gelleke. Ik dacht dat tegen dat dat begon te werken, de fameuze Tervurenlaan zich wel zou aankondigen. Op km 16 had ik 1u en 33 minuten. Ik begon er in te geloven. Als ik nu niet meer zou terugvallen, zat een tijd binnen de 2 uur er wel in!

In de verte zag ik de bocht naar links. Aiai. Daarachter begon de klim.

Eens ik daar was begonnen mijn dijspieren echt te protesteren. Zo zou ik niet boven geraken. Ik besloot om heel even te wandelen. En dat deed me goed. Het was maar 20 meter, maar daarna ging het stukken beter. “Don’t think, run!” was de slogan van Nike, en dat probeerde ik toe te passen. Op één of andere manier geraakte ik boven en zag ik de boog. Uit ervaring weet ik dat die dichtbij lijkt maar nog ver weg is. Ik nam vaak de goot om mensen voorbij te kunnen steken. Ik moest en zou binnen de 2u binnenkomen. En op 1u en 57 minuten en 45 seconden ging ik de matten over. Met de glimlach, wat had je gedacht? En met “slechts” een gemiddelde hartslag van 169. Straf.

 

Zeer tevreden gezichten te zien, want de meeste mensen hadden goed gelopen. Het weer is echt wel een zeer bepalende factor. Al gauw gingen we de bus opwachten die ons terugbracht. Er volgde een gezellige nabespreking tussen de broodjes, chocoladecake, koffie en cola.

 

Als ik er zo op terugkijk heb ik eigenlijk met een vrij comfortabel gevoel gelopen. Dat vertaalt zich ook in de relatief lage hartslag. Ik had toch zo’n 10 slagen hoger verwacht. Had ik dan harder kunnen lopen? Misschien wel, maar ergens tussen mijn grijze hersencellen ligt een ervaring opgeslagen van een halve marathon die te snel gestart werd, en die op een grote teleurstelling afliep, en waarin ik afgezien heb als de beesten. Het verhaal van de ezel en de steen indachtig, ben ik toch liever wat voorzichtiger J

 

Ik ben zeer tevreden dat ik het toch nog eens gekund heb, binnen de 2 uur finishen. Ooit moet die halve marathon er aan binnen de 2 uur. Ooit. Zeker weten.

21:54 Gepost door Sandy in Wedstrijd | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

29-05-10

Hectisch

We zijn de 49,000 lezers gepasseerd. Af en toe moet er dan wel iets neergepend worden, hé. Wat kan ik zeggen? Nee, ik ga het niet herhalen, ik ga niet zagen.

 

Het vorige weekend stond in het teken van de trouw van mijn zus zaterdag, en helpen op onze eigen jogging op zondag. 2 dagen rondhossen. Te weinig slaap, beetje stress, weinig lopen (écht lopen, bedoel ik dan)…niet goed voor de moraal van bibi.

Mijn zus was een prachtig bruidje met een romatisch strapless kleed met voile roosjes in de sleep, mijn schoonbroer een knappe bruidegom compleet in het zwart gekleed, echt een mooi koppel.

Robin heeft “Les lacs du Connemara” op zijn I-pod staan en is er zot van. Ik had hem destijds uitgelegd wat er soms op trouwfeesten gebeurde als ze dit liedje speelden. Zaterdagavond was het zo ver. Tegen het einde van het diner hadden we even pauze tussen 2 gangen en hoorde ik de eerste tonen van dit nummer. Er begon één iemand met zijn servet te zwaaien. Aan een andere tafel volgde een andere persoon zijn voorbeeld. Wij namen het onze ook en zetten onze arm in beweging. Ons mannen volgden dit alles met grote ogen en een even grote lach op hun gezicht. En hop, hop, hop…iedereen ging rechtstaan en maar zwaaien! De hele zaal was in actie. Echt leuk.

 

Ik had met ons mannen ook al in onze keuken “geoefend” in het dansen. En ze hebben dat zaterdagnacht heel goed gedaan. Zowel op de nummers waarop je kon shaken als de trage liedjes hebben ze gedanst. Ik ben zelfs – keischattig – hoogstpersoonlijk door mijn kleine wijsneus van 9 jaar gevraagd geweest om een slow met hem te dansen. Mijn hart smolt. Zalig gewoonweg!

 

Zondag heb ik geholpen aan de aankomst van onze eigen jogging. Ik herinnerde me de vele muggenbeten van vorig jaar, dus ik had me dit jaar goed ingesmeerd met muggenmelk. Alleen had ik geen rekening gehouden met de zon. Gevolg: er was bijna een korstje gebakken aan mijn linkerkant J. Het was eigenlijk veel te warm om te lopen.

Het is dan ook griezelig hoe je sommige mensen over de finish ziet komen: sommige zwalpend, sommige hebben hun blik op oneindig gericht en die blijven doorgaan, die moet je met je hand tegenhouden of die lopen los in de hekken. Heel raar. Allé, de meesten komen "gewoon moe" over de finish, hoor. Niet dat er zo veel spektakel te zien is :-)

 

En zelf? Zelf nog gelopen? Bitter weinig. En dat terwijl we morgen 20 km soldaat moeten gaan maken in Brussel! Als dat maar goed komt….

Ik heb de weken ervoor wel braafjes lange duurlopen gedaan, hopelijk herinneren mijn spieren zich dat morgen ook en werken ze wat mee.

 

De voorbije dinsdag heb ik nog eens doorgetrokken op de bergskes. En achteraf ben ik gaan terugkijken welke “snelle” tijden ik op dat traject al gepresteerd heb. Dat is het voordeel van een blog, hé. Makkelijk terug te zoeken. In de zomer van 2008 vermeldde ik het volgende:

“De bergskes gingen als vanzelf en ik kon het tempo van Theo zonder problemen volgen. Ik haalde dan ook een recordtijd: 10 min 56 sec. Ik heb het eens vergeleken met de vorige weken: 11:59 / 11:20 / 11:29 / 12:06 / 11:43 / 11:35. Vandaag was het 11 min 01 sec. Dus zeker niet slecht! Ik heb wel op mijn adem moeten trappen om het tempo hoog te houden, maar het is gelukt”

Ik denk niet dat ik in 2010 al eens onder de 12 minuten gelopen heb. Tot vorige dinsdag! Haha! 11 minuten 21 seconden voor 2,06 km. Terwijl Sporttracks in 2008 een kleinere afstand laat zien, elke keer 1,9 km.

Ik wil maar zeggen: ik heb dinsdag niet slecht gelopen J

 

Nu ja, 2 km doortrekken of 20 km doortrekken….dat is maar een nulleke verschil op papier maar in realiteit zijn dat vele zuchten en vloeken en jammerkreten verder.

 

We zullen zien, zei den blinde….

14:01 Gepost door Sandy in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

11-05-10

Zwerftochtje (bis)

In plaats van intervallen op de piste, heb ik vrijdag weer een bruggentraining gedaan. Ik had thuis geen kandidaten gevonden om me te vergezellen. Wouter wilde eerst wel, maar na een woordenwisseling tussen de mama en haar jongste spruit, kon ik in de hoogste boom. Hij zei het niet met zoveel woorden (gelukkig maar!), maar daar kwam het wel op neer J

In totaal 11 km gelopen, en 6 keer in hoog tempo de brug opgevlamd. Oef.

 

Het weekend was gevuld met opendeurdagen van middelbare scholen (Robin moet pas volgend jaar kiezen, maar aangezien hij volgend jaar rond deze tijd al ingeschreven moet zijn, is het nu het moment om de opendeurdagen te doen). Zondagvoormiddag moest Robin de finale van de Beker van Turnhout spelen met zijn volleybalploeg. Zoals ik verwacht had, heeft hij niet mogen meedoen. 8 spelers voor 3 plaatsen op het veld….dan mogen alleen de besten spelen. Tijdens de gewone competitie is dit niet altijd het geval, maar als zoals zondag de match echt wel gewonnen moet worden, tja…De eerste set was hij gewoon aan het kijken. De tweede set kon er geen lach meer af, en de derde set keek hij ronduit sip. Begrijpelijk, natuurlijk. Hij wilde zo graag iets laten zien….Gelukkig hebben ze de titel wel binnengehaald en bracht de medaille een beetje troost.

 

garmin-forerunner-305Om een lang verhaal kort te maken: we kwamen zondag om 17 u thuis. En ik moest nog gaan lopen…. Ik had echt, echt, echt, écht geen zin om te vertrekken. Ik wilde veel liever in de zetel ploffen en niks doen. Maarrrr, de 20 km van Brussel komen er aan! Bovendien had ik met de hulp van Jessica en van mijn ventje geleerd hoe ik een route in Sporttracks kon uittekenen en die naar de Forerunner kon sturen, zodat ik hem als een echte GPS kon gebruiken. Zo moeilijk is het zelfs niet. Ik heb die Forerunner al een jaar of 4 en dacht het apparaatje wel van binnen en van buiten te kennen….niet dus! Soit, ik zou net als vorige week een zwerftochtje ondernemen. Onbekend terrein gaan verkennen. In totaal een 20 km.

 

Ik vertrok in lange broek en shirt met lange mouwen. Ik had al snel spijt van die lange broek, een korte was beter geweest. Na een 8-tal kilometer sloeg ik rechtsaf waar ik vorige week linksaf de onbekende wereld introk. De Forerunner gaf heel keurig de te volgen route weer. Dat marcheert dus echt goed, hé! Leuk. Op een gegeven moment dook ik het bos in. Na een dikke kilometer keek ik eens rond. Ik zat op volstrekt onbekend terrein. Nergens huizen te bespeuren. Nergens een levende ziel te vinden. Midden in de natuur. Even besloop me de gedachte dat als er op dat moment ene uit de struiken zou springen, ik echt wel een vogel voor de kat zou zijn. Zou iets voor Lieve of Nancy geweest zijn (sorry, meiden J). Nee, hoor, ik heb echt wel genoten onderweg. Het viel me op hoe lekker het rook in het bos.

Bovendien kreeg ik stilaan honger. Slim als ik was (nou ja…) had ik een Sultana-koekje meegenomen in mijn drankgordel. Het was tenslotte bijna etenstijd. Op een kruispunt heb ik een minuutje of 2 gepauzeerd en wat gegeten. Om daarna weer mijn weg te vervolgen.

Stilaan kwamen er terug huizen in zicht. Ik liep een straat door met nogal een ver zicht. Aan de overkant van een wei herkende ik in de verte 2 huizen: daar woonde mijn tante Stien! En daarnaast stond het vroegere huis van mijn moemoe zaliger! Haha, terug bekend terrein! Maar voor ik daar passeerde, moest ik nog een omweg maken. Nog 7 km voor ik thuis was…ondertussen was ik al helemaal blij geworden met mijn keuze voor een lange broek. Mijn rechterhand begon lastig te doen. Zo koud, jong, zo koud. Brrr. Kan je het eigenlijk maken om in mei nog met handschoenen te lopen?

Het was een goeie mentale training, want hoewel ik er eigenlijk genoeg van had, moest ik blijven lopen. Ik was tenslotte nog niet thuis, hé.

 

Yes I canHelemaal stijf van de kou kwam ik thuis, waar ik gelukkig maar hoefde aan te schuiven om wat verloren energie bij te eten. Ik hoef vast niet te vertellen dat het douchke ook deugd deed. Ik was eigenlijk wel fier op mezelf dat ik toch karakter had getoond om die 20 km te gaan lopen, zelfs al had ik geen sikkepit goesting. Klopke op mijn eigen schouder. Yes, I can! J

 

En de Forerunner? Die heeft perfect gedaan wat ik verwacht had. Nogmaals een dikke merci om mij wat slimmer te maken, Jess!

 

19:53 Gepost door Sandy in Training | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

06-05-10

Rolo

roloNostalgie troef gisteren. Een collega verjaarde en trakteerde. Ik mocht in de zak met lekkernijen grabbelen en wat haalde mijn onschuldige hand boven? Een Rolo!

Al wie in de jaren 70 geboren is kent dat vast wel. Ik was vroeger een hevige fan van Rolo. Dat die Rolo’s zich door de jaren heen op mijn heupen hebben vastgezet is een andere zaak, maar soit. Ik wist niet dat dat nog te verkrijgen was! Bij onze Noorderburen blijkbaar wel.

Ik werd helemaal melancholisch bij het vooruitzicht om de chocolade cilindervormige snoepjes nog eens in mijn mond te kunnen steken.  Eens ik op mijn bureau aankwam, heb ik me eerst een tasje koffie gehaald, want bij chocolade hoort koffie, hé. En toen heb ik het pakje Rolo voorzichtig opengedaan en het eerste pralinetje met een glimlach er uit geprutst en in mijn mond gestoken. Lekker, lekker, lekker!

De chocolade smolt van de binnenste kern van caramel. Die caramel is wat moeilijker weg te krijgen. Dat plakt een beetje. Met wat tegenslag blijft dat aan een tand hangen en moet je gekke-bekken-trekkend je tong als schraper gebruiken.

Zo was de caramel gisteren aan mijn gehemelte blijven plakken. Ook een manier om lekker lang van één snoepje te genieten.  Ware het niet dat net op dat moment mijn telefoon ging…. Een buitenlijn….. Van het verschieten alleen al schoot de caramel terug tegen een tand.

Nu weet ik niet of je dat al een geprobeerd hebt, maar met een plakkerige caramel in je mond praten is niet gemakkelijk. Zeker niet als verwacht wordt dat je een beetje professionele taal bezigt. Met wat geluk heb je een Duitser of een Fransman aan de lijn zodat je je “r” onopvallend kan laten rollen en je keel al het werk kan doen. Een gewone nederlandse “r” met een caramel in je mond….dat komt echt niet goed.

Hoe dan ook, ik moest op 2 à 3 beltonen tijd er voor zorgen dat de caramel verdwenen was. Gelukkig kon ik me wat achter mijn scherm wegsteken zodat geen enkele collega mijn gekke bekken heeft kunnen moeten zien. Hap, slik, weg. Dju toch.

Gelukkig waren er nog genoeg Rolo’s over om wél met volle teugen van te genieten :-)

14:33 Gepost door Sandy in Zever | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

02-05-10

Zwerftochtje

bospadIk wilde minstens 16 km lopen, maar in een zotte bui besloot ik een ander pacours te doen. Ergens waar ik nog nooit gelopen had. Spannend…

Omdat ik mijn (gebrek aan) oriëntatievermogen maar al te goed ken, had ik aan Mark gevraagd als ik zo en zo zou lopen, waar ik dan zou uitkomen. Hij wist mij perfect te antwoorden, dus dat parcours zou ik doen. Ik had geen idee hoeveel km dat zou zijn, maar dat was eigenlijk bijzaak, thuiskomen zou ik toch wel. Een zwerftochtje door de omliggende dorpen zou het worden.

Vlak voor ik vertrok had ik toch maar snel een kopietjes uit de wegenatlas genomen, het stukje dat ik nodig had uitgeknipt en dat in de zak van mijn drankgordel gestoken. You never know, hé.  En weg was ik. Gewapend met 2 flesjes water en exact één druivensuikertje. Mijn GSM liet ik thuis, zoals altijd. Avontuur is avontuur, en in geval van nood kan ik mijn plan wel trekken. Ik ben een grote meid J

De eerste kilometers waren nog bekend terrein tussen de velden. Ondanks het vrij koele weer moest ik door zwermen vliegen lopen. Het waren geen gewone vliegen, ook geen dazen denk ik, maar het waren er in elk geval vééél, bah! Ik stak de brug over de autostrade over, en bij de afdaling kwam ik 3 mannen tegen die aan het wandelen waren. Zoals verwacht kwam de nodige commentaar: “nog een sprintje en je bent thuis!” riepen ze me toe. “Nog niet bijna!” antwoordde ik al lachend. Nog wat verder liep ik een stuk naast de autostrade. Een vrouw alleen nodigt blijkbaar uit tot getoeter van sommige auto’s… Ik sloeg af richting velden en genoot van de omgeving. Het was nog bekend terrein voor mij, hier kwamen we al wel eens met de fiets. Dan ging ik terug richting autostrade; hier was ik nog nooit geweest. Op de brug kwam ik een gevaarlijk uitziende man tegen, hij wandelde in de berm ipv op de brug zelf, droeg een zonnebril en een buff op zijn hoofd, had een lange grijze baard, en had alle soorten zakken bij. Van uitzicht een echte Harley-fan. Er kon geen glimlach vanaf, integendeel, hij gunde me geen blik. Na 50 meter heb ik me voor alle zekerheid toch maar eens omgedraaid om te zien of hij zijn weg wel vervolgde J

Ik liep verder richting het volgende dorp. Ergens moest ik links af gaan slagen, dus ik nam mijn plannetje erbij. Maar het was nog te vroeg. Plots werd de lucht heel donker en ineens begon het te gieten. Niet te regenen, maar werkelijk pijpestelen gieten. Tja, dan werden we maar nat, hé. Ik vond het straatje waar ik moest afslagen en liep een smal bospad in. Ik kwam daarna in een woonwijk terecht en toen ik wist ik het even niet meer. Ik moest met mezelf lachen, hoe is het toch mogelijk dat ik er weer in slaagde om verloren te lopen? Soit, de regen doorweekte mijn plannetje helemaal dus ik liep gewoon verder en zou wel zien waar ik uit kwam. Een beetje verder zag ik een straatnaambordje dat ik kende. Jeuj! De regen was er ondertussen ook mee opgehouden maar ik was wel zeikende nat geworden, en ongetwijfeld zag ik er uit als een verzopen kieken.

Ik kwam op een T-kruispunt. Mijn ahum…oriëntatiegevoel zei me naar links te gaan, dus dat heb ik dan maar gedaan. In de verte zag ik wandelaars. ‘Nog moedige mensen op pad’, dacht ik. Toen we elkaar naderden zag ik dat het 3 mensen waren. Mijn frank viel. Dat kan niet waar zijn, hé! Inderdaad, het waren opnieuw die 3 mannen die ik in het begin was tegengekomen. Ze moesten al van ver lachen toen ze me zagen komen. “Nog een sprintje, en dan ben je echt, echt thuis!” riepen ze me toe. Ik keek op mijn Forerunner en zei : “Ik schat nog een km of 6 en dan pas ben ik thuis.” – “En hoeveel km zal je dan gelopen hebben?” – “20 of 21” riep ik hun na, en na de nodige “amai”-uitroepen vervolgden we beide onze weg. Toch wel grappig en een ongelofelijk toeval.

Ik was redelijk gerust dat ik de juiste weg aan het volgen was, maar helemaal zeker was ik niet. Niet erg. Het was een wondermooie omgeving. Links en rechts van mij waren enkel bossen te zien, en kilometers aan een stuk zag ik geen levende ziel. Zalig lopen. De kilometers telden ondertussen op en ik wist dat ik op 20 km nog niet thuis zou zijn. Ok, dan zou ik vandaag een afstandsrecord lopen J

Op een gegeven moment passeerde ik de hangars van het vliegveld. Op deze achteraf-straatjes had mijn vader me leren autorijden, herinnerde ik me. Zie je wel dat ik op de juiste weg zat! Het begon terug te regenen. Zachte regen maar ook wel wat wind.  Ik kwam op een punt waar mijn gewone tochtje altijd passeerde, en wist dat het van daaruit nog 4 km tot thuis was.  Gek genoeg had ik nergens last van, alleen mijn schouders voelden wat stijf aan. Ik had dan ook altijd op mijn gemakske gelopen en me niet moe gemaakt. Onderweg genoten van de omgeving en mijn muziek.

De laatste kilometers begon ik echt last te krijgen. Last van…..bevroren handen. De wind en de regen maakten mijn handen gevoelloos. Na 23 km kwam ik thuis aan. Supertevreden over deze training, maar koukleumend.  Schoenen uitdoen, de Forerunner uitdoen zijn dan handeling die heel moeizaam verlopen omdat mijn vingers niet wilden doen wat ik ze opdroeg.

In de douche moest ik aan Geert denken. Misschien nogal een rare associatie, hoor ik je al denken, maar ik verklaar me nader: mijn middel- en ringvinger en pink van beide handen waren lijkbleek. Dode vingers. En omdat Geert daar ook last van heeft en er eens een blogje over geschreven heeft, moest ik dus aan hem denken. Eigenlijk is dit iets typisch voor de wintermaanden, maar het is verdorie al mei…

Deze eerste mei van 2010, heb ik gisteren gedoopt tot de dag van de TRAININGsarbeid J

13:32 Gepost door Sandy in Training | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

01-05-10

Motivatie

puzzelEr zijn dagen dat ik niks te vertellen heb, dat ik totaal geen behoefte voel om iets aan de wereld mee te delen. En soms zijn er dagen dat ik elke dag iets wil posten, hoe pietluttig het onderwerp ook mag zijn. De voorbije weken was vooral het eerste het geval.

Nochtans, voor wat hoort wat, want blogjes lézen doe ik nog altijd en heel graag zelfs. En dus heb ik me voorgenomen om terug wat beter mijn best te doen.

De voorbije weken zijn er wat troubles geweest hier thuis: Mark heeft enkele dagen in het ziekenhuis gelegen met een hevige buikgriep, die hij daarna aan mij heeft doorgegeven. Bij mij was het gelukkig minder erg (vrouwen zijn nu eenmaal een sterk ras, hé) maar toch heb ik een dag of 10 niet gelopen. De laatste dagen voor de 10 mijl in Antwerpen had ik wel bij de club kunnen gaan trainen, maar ik wilde het risico niet nemen om daar iemand te besmetten. Stel je voor. Ze zouden er niet mee kunnen lachen hebben. Ach, soms moet je gewoon je verstand gebruiken, zelfs al heb je daar maar een klein beetje van.

De 10 mijl heb ik niet kunnen lopen hoewel mijn naam wel in de uitslag staat. Ik had me net ingeschreven en betaald, toen ik hoorde dat ik die dag op een communiefeest verwacht werd. Nancy heeft dan met mijn nummer gelopen.

Het volgende doel is Brussel einde mei. En daar wil ik er een lap op geven. Vorig jaar kon het me allemaal niet interesseren, maar dit jaar wil ik nog eens een poging wagen om onder de 2 uur te duiken. Het zit allemaal in het koppeke. Dat weet ik 100% zeker. Natuurlijk moet je er ook voor trainen, maar waar een wil is, is een weg.

De allereerste keer dat ik in Brussel liep, finishte ik na 2u en 36 seconden. Die 36 seconden hebben me een heel jaar dwars gezeten, en dus moest en zou ik dat het jaar later goedmaken. Wat ik ook heb gedaan.

Eens je een wedstrijd één keer hebt gelopen, weet je wat je te wachten staat. Waar de moeilijke stukken zitten, waar je een beetje snelheid kan maken, en vooral, hoe je je wedstrijd moet indelen. Iedereen zei me op voorhand: “hou nog maar wat over voor op de Tervurenlaan” en inderdaad, de Tervurenlaan is nog iets anders dan eender welke tunnel.  Je hebt dan namelijk al 17 km in de benen zitten, je hebt al wat tunneltjes en heuveltjes en vals plat achter de rug, en vooral: je hebt al 17 km aan een stuk moeten inhouden, voorbijsteken, optrekken, opzijspringen. Dat kruipt in je kleren.  En als je tegenslag hebt, schijnt de zon die dag, dus heb je ook nog eens last van de warmte. 20 km aan een stuk.

Waar was ik gebleven? Oh ja, op de Tervurenlaan bij mijn 2e deelname. Mijn dijen voelden als 2 blokken beton, ik gaf mezelf even tijd om aan de laatste drankpost een bekertje naar binnen te gieten en toen zei ik tegen mezelf: “Luister, Breugelmans, je gaat naar boven lopen zonder te stoppen. Zelfs al maak je amper nog snelheid, toch blijf je lopen!” En dat deed ik. Mijn benen stonden op ontploffen toen ik boven aan kwam, maar één blik op mijn horloge zei me dat het nog mogelijk was. Die laatste km heb ik nog meer dan 11 km/u gelopen. En ik finishte in 1u 57 min. Spijtig genoeg is dat niet officieel geregistreerd geweest omdat de organisatie de medailles vlak na de matten uitdeelde, waardoor het aanschuiven was vooraleer je over de matten kon gaan. Maar ik had het gehaald en was reuzefier op mezelf.

Daarna is het me nooit meer gelukt om onder de 2 uur te duiken. Waarom zou het me dit jaar wel lukken? Zoals ik al zei: het zit in het koppeke. Motivatie is oh zo belangrijk, zoniet alles.

Qua training zit het wel goed: ik loop nog altijd 3 keer per week. Gisteren bij het inlopen had ik een hartslag van 128 voor een tempo van 8,6 km/u. Dat is niet slecht voor mij. Ons mannen waren met de fiets meegereden naar de brug. Daar zouden ze met mij koerske gaan doen om om het eerste boven te geraken. Ik wilde niet enkel de bruggen lopen om de heuvels wat in mijn benen te hebben, ik wilde vooral ook leren al lopend te recupereren. Dat is wat Mark me zo vaak zegt, en af en toe luister ik wel eens naar de goede raad van mijn ventje. Af en toe, hé, niet altijd J

Zo gezegd, zo gedaan.  We liepen de brug in hoog tempo op, en bovenaan liet ik het tempo wat zakken om verder naar beneden te lopen, maar ik ben niet gestopt. Blijven lopen. Zo hebben we dat 6 keer gedaan. De hartslag ging ferm de hoogte in, maar dat mag hé.

En heb ik kunnen winnen? Natuurlijk niet. De laatste keer ging ik alleen tegen Wouter lopen. Ik was echt van plan om hem “er af” te lopen. Ik gaf alles wat ik had, liep tegen 14 km/u de brug op, maar hij bleef mij al lachend voor.  De mama kan niet meer winnen tegen de kindjes!

Straks trek ik er nog alleen op uit: minstens 16 km wil ik op mijn gemakske afleggen. Mijn muziekje op en lopen maar!

De volgende weken zal het vooral werken, lopen en feesten zijn. Er staan nog 2 communiefeesten en 1 trouwfeest op het programma. Een drukke maand mei.

Zeg, enneuh, lopertjes….als jullie in mei nog een wedstrijdje willen doen, vergeet onze Parel der Kempen niet op zondag 23 mei.

Afstanden: jeugdlopen + 4km + 8 km + 16km

 DAL_affiche_120110 A

 

09:58 Gepost door Sandy in Training | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |