06-03-10

DYSLEXIE

Iedereen heeft er al wel eens van gehoord, en het lijkt een soort trend te zijn om te zeggen dat je kind dyslexie heeft. Net zoals Wouter Deprez in zijn laatste voorstelling zich afvraagt: “Wat zou ons kind later hebben? ADHD? ADD? Dyslexie? Of misschien autisme?. Iéts moet er toch wel aan de hand zijn.”

Ik geef toe dat er tegenwoordig geen middelmaten meer lijken te bestaan. Ofwel is je kind hoogbegaafd, ofwel heeft het een leerstoornis. Iets daartussen bestaat niet meer.

In deze prestatiegerichte wereld van vandaag krijgt een kind ook maar amper kans om iets te LEREN. Het moet KUNNEN. Nu. Direct.

 

Maar toch zeg ik: zit er maar eens mee. Heb maar eens een kind met dyslexie.

Ach, ik weet het heus wel. Er zijn erger dingen in de wereld. Véél erger dingen. En dyslexie is echt niet levensbedreigend. En ze vinden hun weg wel later….En goede stielmannen zijn er ook nodig….En wie weet wordt hij later wel zelfstandige en verdient hij op die manier goed zijn kost…En….En….

 

Maar ik kan het niet helpen me zorgen te maken om mijn kinderen. Omdat mensen zo graag een stempel drukken op andere mensen. “Schrijffout? Wat ne lomperik!” “DT-fout? Hoe is dat nu mogelijk?”

Ik moet eigenlijk geen commentaar leveren, want ik reageerde vroeger ook zo. Een DT-fout heb ik onmiddellijk gezien. Dat valt mij op alsof het rood gedrukt staat.

Ik heb nooit echt uitgeblonken in iets. Maar toen ik studeerde voor mijn diploma A1-Talen, was ik wel de beste in de klas voor Nederlands. Pure grammatica.

Ik heb mijn diploma Talen ook gehaald. Komt dat omdat ik taalgevoel had? Of heb ik taalgevoel ontwikkeld omdat ik talen gestudeerd heb? Ik weet het niet zeker. Maar vaak wordt gezegd dat je OF een wiskundeknobbel hebt OF een talenknobbel. Wel, met zeer grote zekerheid kan ik zeggen dat ik GEEN wiskundeknobbel heb. Dus misschien is het tegendeel dan wel waar.

 

En laat mij nu net 2 kinderen met dyslexie op de wereld zetten. Dju toch J. Ik zei vroeger altijd dat onze kinderen later altijd wel bij iemand terecht zouden kunnen: bij mij voor de talen en bij Mark voor de exacte vakken. Hij is immers ingenieur. Hoe makkelijk zouden zij het wel niet hebben…Niets is minder waar.

 

Laat me eerst eens duidelijk maken wat dyslexie exact is. Want ondanks dat dit fenomeen meer en meer bekendheid krijgt en aanvaard wordt, toch valt het me op welke misverstanden er over bestaan, zélfs bij leerkrachten in het lager onderwijs.

Dyslexie wil NIET zeggen dat de lettertjes op het blad aan het dansen gaan. Dyslexie wil NIET zeggen dat er blinde vlekken op het blad staan, ook al spreekt met soms van “woordblindheid”.

Doe eens even volgende test, als je wil. Spel je achternaam eens letter voor letter maar dan van achter naar voren. Doe het eens.

Ik ben er zeker van dat je even hebt opgekeken van je scherm en naar een punt in de verte hebt gestaard. Of dat je je ogen even hebt dichtgedaan. Maar hoe dan ook, je zag je naam in de lucht geschreven staan. Juist? En op die manier kon je vanachter naar voor letter per letter opzeggen.

Wel, dat is dus wat een kind met dyslexie niet ziet. Die ziet dat woord niet in de lucht geschreven staan. Die heeft dat BEELD niet. Elk woord dat hij leest, is alsof hij het de eerste keer leest. Een woord “herkennen” kan hij niet. Als ik “aketoglutaarzuurdehydrogenase” typ, dan moet jij waarschijnlijk ook gaan hakken en plakken om het woord gelezen te krijgen.

 

En dan hebben we het enkel nog maar over het lezen. Schrijven is nog een ander paar mouwen. Mijn kinderen schrijven bijna alles fonetisch op. Ze schrijven het op zoals het klinkt. Dubbele medeklinkers, open lettergrepen, een d of een t achteraan….dat is allemaal niet van toepassing. Waarom wordt het woord “zijn” met lange ij geschreven? Wij schrijven dat allemaal met lange ij en twijfelen daar zelfs niet aan, omdat het woord “zein” niet bestaat. Wij zien “zein” nooit geschreven staan, en herkennen dat niet, dus schrijven wij altijd “zijn” met lange ij.

Voor een kind met dyslexie is “zijn” of “zein” exact hetzelfde. Hij herkent geen van beide, dus voor hem zijn de 2 woorden mogelijk. Meer nog. Misschien herkent hij “zien” wel in “zein” want hij weet dat hij vaak tweeklanken omdraait: eu wordt ue, ui wordt iu, oe wordt eo. Een kind weet op de duur welke fouten hij soms maakt, dus misschien denkt hij wel dat hij zichzelf op een fout heeft betrapt en dat het “zein” moet zijn in plaats van “zien”.

En dan hebben we het nog niet over woorden die zowel met een lange als een korte ei geschreven kunnen worden, zoals bijvoorbeeld “stijl” of “steil”.

 

En natuurlijk zijn er massa’s regeltjes die hem de weg moeten wijzen. Zoals de juf van Robin eens vertelde:” de klinkerrobot hangt in het groot voor zijn neus in de klas, dus hij hoeft maar omhoog te kijken om hem te zien staan. En toch lijkt hij die moeite niet te willen doen”. Inderdaad, juf, maar vóór je een probleem kan oplossen, moet je eerst wel weten dat er zich een probleem voordoet! Als je het probleem niet ziet, weet je ook niet dat je het moet oplosssen! En zo lijkt het dan alsof je kind niet “wilt”.  

 

Dan komen we in het vijde leerjaar en gaan we frans leren. Ik zag de problemen al van héél ver komen. Man, man, man. De eerste 2 maanden is het nog geen probleem want dat is de franse woordenschat nog eerder beperkt, en is het nieuw voor iedereen in de klas. Maar dan duiken de problemen één voor één op.

Leer een dyslectisch kind maar eens op correcte wijze “Qu’est-ce que c’est” te schrijven. Waarom zou dat niet “keske se” mogen zijn?

Zo schreef Robin een keer “une table petitte”. Petitte met dubbele t. Heel logisch nagedacht van het kind, want hij wist dat table vrouwelijk was, dus dat er een e achteraan petit moest, en vlak daarvoor had hij “une table basse” geschreven. Basse met dubbele s. Dus moest petitte ook met dubbele t. Dat waar hij jaren voor geoefend had in het nederlands, bleek dan plots in het frans niet meer waar te zijn. Leg het maar eens uit, hé!

Ik weet het wel, als je basse met één s zou schrijven, spreek je het uit als “baaaaze” maar hoe weet ik dat je dat dan zo moet uitspreken? Taalgevoel? Geen argument dat je kan gebruiken tegenover een kind met dyslexie.

 

Zo moest hij onlangs oefenen om zinnetjes in het negatief te zetten. Bijvoorbeeld: “je ne suis pas un boulanger” of “je n’ai pas de pain”. Ik verbeterde zijn oefeningen, en wist wanneer hij een fout had geschreven. Toen vroeg ik me af waaróm het fout was. En ik kon er geen antwoord op geven. Ik wist het gewoon niet. Ik wist alleen dàt het fout was. Waarom zeg je niet “je n’ai pas un pain”, maar zeg je “je n’ai pas de pain”?

Ik zweer het, ik heb mijn diploma talen gehaald, maar kan me niet herinneren ooit het regeltje gehoord te hebben dat ik in zijn boek terugvond, namelijk: als het met être vervoegd wordt, gebruik je een gewoon lidwoord, als het met avoir vervoegd wordt, gebruik je “de” in negatieve zinnen.

 

Zo zijn er honderden voorbeelden van zaken die ik correct kan toepassen, maar waarvan ik de regel niet ken. In eender welke taal. Ik hoor soms dat iets “niet klinkt”. Maar waarom niet? Toch weer dat taalgevoel?

 

Zo weet ik wat er met de zoon van een kennis van ons 20 jaar geleden is gebeurd. De jongen had zware dyslexie. Na de lijdensweg van de lagere school, kon hij eindelijk naar het middelbaar. Eindelijk kon hij een richting kiezen die hem interesseerde en waar hij minder verveeld werd met absurde regeltjes over dubbele medeklinkers en dergelijke.  Hij koos een vrij gespecialiseerde richting maar had het geluk een school vrij dicht bij huis te vinden die die richting aanbood. Er was echter een leerkracht die waarschijnlijk nog nooit van dyslexie gehoord had. Ondanks het feit dat hij door de ouders ingelicht was van het probleem van de jongen, liet hij het niet na om tijdens de lessen nederlands in volle klas te zeggen: “allé jongen, lees jij nog maar eens voor, dan kan iedereen nog eens horen hoe ze in het eerste leerjaar leren lezen!” De jongen heeft zijn pennezak gepakt en naar de leerkracht gesmeten. Gevolg: hij werd van school gestuurd. En kon een andere richting gaan volgen in een andere school die zijn interesse veel minder had. Of hij kon naar de andere kant van het land op internaat gaan. Dat was ook een mogelijkheid.

Uiteindelijk is het goedgekomen met de jongen: hij geeft nu les aan de universiteit. In die ene bepaalde gespecialiseerde richting nog wel. Dus inderdaad: waar een wil is, is een weg. Maar die man is nu volwassen en zegt nog altijd, dat als hij die ene leerkracht onverhoeds zou tegenkomen, hij hem nog altijd zonder pardon een koek op zijn bakkes zal verkopen.

En ik geef hem overschot van gelijk. Een leerkracht zou beter moeten weten. Een leerling zet je niet te kakken met zijn leerstoornis. Nooit.

 

Gelukkig is er ondertussen al veel veranderd in de meeste scholen. En bestaat er spellingcontrole op pc’s.  Maar toch merk ik dat mensen met dyslexie vaak zonder pardon als “lomp” worden afgeschreven. Geloof me vrij, voor de diagnose dyslexie wordt gesteld, moet het kind vele vele testen afleggen die nagaan of er iets mis is met zijn concentratie, of zijn IQ voldoet, of er een ander probleem is…

Pas als daar overal negatief op geantwoord kan worden, en enkele jaren (!) logopedie geen duidelijke vooruitgang hebben meegebracht, dan pas wordt er voorzichtig over dyslexie gesproken.

 

Als ouder maak je natuurlijk ook fouten. Hoe vaak hebben de papieren hier niet door het huis gevlogen, zat Robin aan tafel te wenen van frustratie, en was ik razend kwaad omdat hij woorden WEER verkeerd schreef, ondanks úren oefenen. Ik wist niet beter. Ik dacht ook dat hij niet wilde, terwijl ik nu weet dat het kind niet kàn. Zoveel spanning, zoveel frustratie. En allemaal voor niks.

Toen ik bij Wouter in het eerste leerjaar merkte dat hij de lidwoorden “de-het-een” willekeurig door elkaar leek te halen bij het lezen, begonnen mijn tenen zich te krullen. Ik herkende dat. ’t Is toch niet waar, hé?  En inderdaad. Bij hem is het ook van dat. Lezen vormt voor hem veel minder een probleem dan voor Robin, maar schrijven is even moeilijk.

Maar wij weten nu: als ze een woordpakket moeten inoefenen, laten we hen dat één keer inoefenen. Ze moeten hun uiterste best doen en moeten niet proberen er met de klak naar te gooien want dat pakt niet. Werken zullen ze! Maar of ze die woorden nu één keer of duizend keer moeten inoefenen….het resultaat zal altijd hetzelfde blijven.

 

Dus dames en heren, als je de volgende keer rgens een schrijffout ziet staan, oordeel dan niet te vlug. De dame of heer in kwestie heeft misschien al grote vooruitgang geboekt. Ik blijf ijveren voor een beetje begrip en een beetje mildheid van uw kant. De wereld zal er beter bij varen.

 

11:14 Gepost door Sandy in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

Commentaren

Bravo...Sandy. Wat een helder pleidooi!!

Gepost door: Tiny | 06-03-10

aketoglutaarzuurdehydrogenase bedankt om even m'n favoriete woord uit het Servo-Kroatisch (da zijn die Afrikanen die nog het servo-stuur hebben uitgevonden) even te vermelden.
Enneuh ... ik ken iemand die ook dyslectisch is, maar wel een serieuze universitaire studie met verve heeft afgerond en momenteel top is in een heel groot bedrijf. Haar geheim? Ze heeft het geheugen van een olifant in het kwadraat (wees gerust, niet 't gewicht) én ze had enorm veel steun van haar ouders. Ik bedoel maar: sommige tekortkomingen maken je sterker, niet zwakker. Om het in 't Duits te zeggen: Do NOT dispair!

Gepost door: geert | 07-03-10

Mama Gelukkig ben jij altijd mild als ik eens iets miskeerd typ.

Als ze nog maar 1/10de van hun mama hebben, komen ze zeker en vast goed en op hun pootjes terecht.

Gepost door: Luk | 07-03-10

zeer goed geschreven! mijn 3jaar oudere nicht heeft ook zware dyslexie en heeft ook altijd te kampen gehad met enorme vooroordelen. zij werd in het "gewoon" onderwijs zelfs niet aanvaard, moest naar BO, waar ze zat tussen blinden, doven en mensen in een rolstoel! gelukkig begint men er stilaan toch meer en meer oplossingen voor te vinden, maar in NL staan ze daar blijkbaar al jaaaaren verder in!

Gepost door: Jess | 08-03-10

Met tranen in de ogen !! je bent een geweldige moeder !!

Gepost door: mario | 08-03-10

Misschien zit het toch een beetje in de genen, zowel uw taalvaardigheid als de dyslexie van uw kinderen. Hannah die Tess haar eindwerk en sollicitatiebrieven nakijkt op spelfouten en zinsbouw, waarna Tess dan goed scoort.

Gepost door: marina van thielen | 09-03-10

kippevel Ik kreeg er kippevel van tijdens het lezen. Goed dat er nu meer aandacht voor is, in onzen tijd was dat niet waar !!

Gepost door: Edith | 14-03-10

De commentaren zijn gesloten.